nadere motiveering, met de grootst mogelijke kortheid te kunnen beantwoorden.’
I JaII Niet in uitbeelding maar in opvatting van de stof UI Ja
IV Neen; de nadeelen overwegen.
Lijnrecht daartegenover staat Carry van Bruggen.
‘Sta mij toe dat ik uwe vragen niet afzonderlijk, maar in samenvatting beantwoord. Ik zou dan dit willen zeggen.
De kwestie, die gij aan de orde brengt, staat niet op zichzelf alleen, maar zij maakt deel uit van een gansch complex vraagstukken en vraagpunten, welke alle samenhangen met nationalisme en nationalistische gevoelens.
Nu hebben wij de laatste jaren ruimschoots kunnen ervaren hoe in al deze aangelegenheden de ‘overtuigingen’ bepaald en de ‘mee-ningen’ gericht worden door primitieve gevoelens, liefde en haat, meer nog door haat tegen het ‘andere’, dan door liefde voor het ‘eigene’ -, in elk geval nu, minder dan ooit, door het onbevangen denken. Dat men elkaar niettemin dood gooit met ‘argumenten’, doet niets ter zake en verandert niets. Het zal een schrander Engelschman evenmin zwaar vallen, zijn onberedeneerden afkeer tegen den Duitscher ‘met redenen te omkleeden’ als dezen het tegendeel. Voor buitenstaanders echter zijn beider ‘overtuigingen’ waardeloos.
De historie kan ons daarbij menig leerzaam voorbeeld aanwijzen van onze vatbaarheid voor suggesties van allerlei aard: hoe wij voortdurend datgene zien, wat wij verwachten te zien, meenen te zien of hopen te zien. Immers: wij gelooven niet wat wij zien, maar wij zien wat we gelooven.
In gemoede meen ik dus, dat men niet goed doet van deze dingen zooveel ‘cas’ te maken. In ’t buitenland is het immers vooral de chauvinistische opwinding -, in ons eigen land de individualistische
120