HET WASSENDE WATER
In de zaak van den Officier van Justitie, tegen:
H. O., vakvereenigingsbestuurder te Amsterdam.
O. dat aan verd. is te laste gelegd:
dat hij in de gemeente Scheemda op of omstreeks 24 October 1937 in de groote feestzaal van het hotel Panman, alwaar een openbare voor het publiek toegankelijke cabaretvoorstelling werd gegeven voor de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (sters), afdeeling Scheemda, in een door hem verdachte gehouden toespraak opzettelijk aan het Hoofd van den bevrienden Staat, de republiek Duitschland, een beleediging heeft aangedaan, door opzettelijk het Hoofd van dien Staat, Adolf Hitler, een lafaard te noemen;
O. dat ter terechtzitting hebben verklaard: Nanne Kampstra, als getuige:
dat hij is gemeente-veldwachter te Scheemda; dat in den avond van 24 October 1937 in de groote feestzaal van het hotel Panman te Scheemda een openbare voor het publiek tegen entreegeld toegankelijke cabaretvoorstelling werd gegeven voor de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (sters), afdeeling Scheemda; dat getuige zich, onder de ongeveer 300 aanwezigen, achter in de zaal bevond; dat de verdachte als toen en aldaar een toespraak heeft gehouden, waarin hij sprak over fascisme en bolsjewisme; dat hij, getuige, toen duidelijk hoorde, dat de verdachte met klem zeide: ‘Als Hitler en Mussolini het bolsjewisme willen bestrijden, laten ze dan naar Rusland gaan, maar dat durven de lafaards niet’; dat hij, getuige, dezen zin onmiddellijk in zijn notitieboekje heeft genoteerd omdat hij de gebezigde woorden in erge mate beleedigend achtte voor Adolf Hitler; dat hij den verdachte, die zijn toespraak kort daarop beëindigde, naar aanleiding van voormelde door dezen gebezigde woorden gehoord heeft, waarbij hij erkende dezelve te hebben gesproken; de verd.:
dat hij op 24 October 1.1. des avonds in de groote feestzaal van het hotel Panman te Scheemda ter gelegenheid van de in de dagvaarding genoemde openbare cabaretvoorstelling voor de vermelde vereeniging in den geest van de door den getuige Kampstra vermelde woorden gesproken heeft; dat hij weet, dat de republiek Duitschland een bevriende Staat van Nederland is en dat Hitler het hoofd van de republiek Duitschland is;
177