HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
overal waar het een natie niet meeliep, sedert tweeduizend jaar moeten vergenoegen. Zij zijn dikwijls goede burgers, maar als zij arm zijn, zijn zij hulpeloos en als zij rijk zijn, slagen zij er al te dikwijls in het gif der afgunst bij anderen te voorschijn te roepen.
Hun vasthoudendheid, slimheid en bluf, zijn drie irriterende eigenschappen, waarom het te ontkennen? Maar daar tegenover staan zooveel andere dingen, en bij het beoordeelen van die irriteerende eigenschappen wordt zoozeer uit het oog verloren dat de niet-Joden evenzeer hun verkeerde eigenschappen hebben, dat anti-semitisme op dit drietal karakteristieke fouten niet gebaseerd mag worden. Waarbij nog komt dat dit drietal misschien niet eens de oorzaak is van anti-semi-tisme, maar er zeer goed het gevolg van kan zijn, zooals onder de Joden zelven wel wordt beweerd.’
Dat werd geschreven in 1930. In 1934 moest het in Nederland al verboden worden om joden te beledigen. Een artikel in het Wetboek van Strafrecht, dat in deze dagen wordt herzien, luidde sindsdien:
‘Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beleedigenden vorm uitlaat over eene groep van de bevolking of over eene ten deele tot de bevolking behoorende groep van personen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden (artikel 137c, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934)7
Er kwamen wat rechtszaken in deze sector. Minstens zo interessant schijnt het ons intussen, dat het toen eveneens verboden was om Hitler te beledigen, zoals in onze dagen president Johnson.
‘No. 230
arr.-rechtb. Groningen, 11 Januari 1938. (Politierechter: Mr. B. P. Enklaar.)
Beleediging van Adolf Hitler als staatshoofd. Bewijs van het opzet.
(Sr. art. 171.)
176