HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
eenig resultaat zou kunnen hebben, want een vermeerdering van het aantal Joden vergroot de mogelijkheden van het antisemitisme. Wellicht zijn er ook nog vele Nederlandsche Joden die om deze reden de maatregel van de Nederlandsche regeering toejuichen, terwille van hun eigen veiligheid.
Maar wij kunnen haar niet zoo beoordeelen. Wij willen niet spreken over de motieven die tot dit besluit geleid hebben, want dit ligt niet op onze weg. En wij weten ook dat een Nederlandsche regeering zich niet kan laten leiden door de belangen van een groep menschen, die nergens ter wereld nog een plaats hebben, waar zij kunnen leven. Maar al kunnen en willen we dan ook niet tegen deze maatregel iets ondernemen, toch brengen wij hier onze solidariteit met deze leden van ons volk tot uiting. Ook al zouden zij zelf zich van deze band niet meer bewust geweest zijn. Het lot dat hun treft is ons lot, hun uitwijzing richt zich tegen ons; dat men hen nergens toe laat, dat is ome ballingschap.
Wij richten ons niet tot de Nederlandsche regeering om hen wel toe te laten, want wij zijn geen ‘schnorrers’. Maar wel appelleeren wij aan de Joden, ook aan de Nederlandsche, om eindelijk ons lot zelf ter hand te nemen: het lot van ons volk, het volk der ongewenschte vreemdelingen.
‘Schnorrers’
Uit het N.LW. van 6 Mei 1938 (‘Antisemitisme in België'):
‘.. . blijven wij ook ten opzichte van de Joden in België van meening, dat assimilatie aan het Belgische volkswezen, behoudens natuurlijk het gebied van den godsdienst, voor hen noodzakelijk is .. .’
‘... Al zal het niet mogelijk zijn, de Jodenhaters, die hun levenssappen uit het Duitsche naziïsme zuigen, tot zwijgen te brengen, het aanzienlijke, goedwillige deel der bevolking zal de Vlaamsche assimilatie der Joden in het Vlaamsche gebied waardeeren, terwijl men in het Waalsche gebied deze houding der Joden in Vlaanderenland zal begrijpen ...’
Uit'Het Volk’ van 14 Mei 1938 (Kroniek van dr. Henri Polak):
‘Ik ben dus Nederlander, al hebben mijn voorouders twintig eeuwen geleden in Palestina gewoond - Nederlander, even goed als ds. Kersten
166