ONGEWENSTE VREEMDELINGEN
Zij, de slachtoffers, bleven uiteindelijk. En wij gingen. De weg van het moordende galoet, in de richting waar uit wij eens waren gekomen. Drie eeuwen vóórdat zij kwamen en door ons werden behandeld, zoals zij werden behandeld.
Zó verging het anno 1938 ongewenste vreemdelingen, zó verging het ons joden!
Maar dat wilden de Bataafse Israëlieten nog niet inzien, behalve dan een handjevol zionisten van wie er twee gezamenlijk het volgende neerschreven inTikwat Jisraëel, 19e jaargang, juni 1938 (pagina 117/119):
‘DE TROTS VAN ISRAËL ONGEWENSCHTE VREEMDELINGEN
De Nederlandsche regeering heeft, zooals in een circulaire van den minister van justitie wordt meegedeeld, het besluit genomen, dat alle vluchtelingen welke sedert 1 Maart j.1. naar Nederland gekomen zijn of nog zullen komen, als ongewenschte vreemdelingen moeten worden beschouwd en geen toegang tot dit land meer zullen verkrijgen. ‘Aan de omstandigheid dat de vluchteling voldoende financiëele middelen bezit, mag geen reden worden ontleend, hem hier te lande toe te laten of te laten verblijven’.
Het besluit van de Nederlandsche regeering is niet genomen op grond van economische overwegingen; de hierboven geciteerde zin zegt dit met zooveel woorden. Het richt zich ook niet tot alle vreemdelingen, maar slechts tot hen die ‘onder de druk der omstandigheden in het land, waar zij verblijven of gevestigd zijn dit land verlaten’.
Deze vluchtelingen wenscht men dus als menschen hier niet meer op te nemen.
Wie zijn deze vluchtelingen?
Behalve een klein aantal links-georiënteerde politieke leiders, zijn het uitsluitend Joden. Men wil hier dus de Joden, die om hun Jood-zijn verdreven worden, niet meer toelaten.
Blijkbaar heeft men met deze maatregel antisemitische agitatie in Nederland willen tegengaan. Het is niet onmogelijk, dat zij inderdaad
165