ONGEWENSTE VREEMDELINGEN
‘BUITENGEWONE BIJEENKOMST
Installatie van Prof. Mr. A. C. Josephus Jitta als Eere-Voorzitter van T.O.P.
Zondagavond 11 November 1934.
Hotel des Deux Villes
Ik zal moeten volstaan met het weergeven van enkele impressies, want dit betrekkelijk klein bestek laat niet toe de vele schoone momenten volledig weer te geven waaraan deze avond zoo rijk geweest is. De avond is wel geworden tot een van de belangwekkende bijeenkomsten in het bestaan onzer vereeniging.
Het geheel liep zeer vlot van stapel, alles correct op tijd. Om 8 uur ving de buitengewone algemeene vergadering aan, waar het groote besluit der benoeming van den eere-voorzitter viel, nadat de eerste secretaresse, mej. Riek Koekoek, de notulen der vorige vergadering gelezen had en waarna bij de rondvraag zelfs nog enkelen kans zagen zich als woordvoerders aan te melden. Niettemin waren alle formaliteiten om half negen vervuld en kon de missie welke den nieuwen eerefunctio-naris van zijn benoeming in kennis zou stellen, haar taak onder bijstand van een padvinder troepleider, gaan vervullen. Even voor negen uur keerde de afvaardiging terug, thans als geleide van den Hooggeleerden Heer Prof. Josephus Jitta, bij zijn binnentreden verwelkomd door de commissie van ontvangst bestaande uit den voorzitter, het eere-lid de Heer I. Koekoek Sr., en mej. C. Swaan, oud-bestuurslid. Door een dubbele haag padvinders, als eerewacht opgesteld, onder leiding van Hopman L. Polak en de welpenleidster met assistente, schreed het gezelschap naar de fraaie zaal waar de installatie zou plaats vinden.
Aan de uitnoodiging tot bijwoning van de buitengewone bijeenkomst hadden gevolg gegeven: Rabbijn I. J. v. Gelder, het voltallig ouder-Comité der padvindersgroep en vertegenwoordigers van verschillende vereenigingen, de Unie van Joodsche vereenigingen in Den Haag en omstreken en van de commissie van beheer van Ha’amoed.
Bliksemlicht flitste - het plechtig moment was vereeuwigd.
De eere-voorzitter en het bestuur namen plaats achter de groene tafel, de padvinders stelden zich ter zijde op en voorzitter Oscar Koppens ving zijn installatie-rede aan, van welker inhoud de lezeressen en
157