HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
‘DE BETEEKENIS VAN DR. COLIJNS RADIOREDE VOOR ONS
Wederom heeft een klein land zijn onafhankelijkheid verloren. Weer heeft een klein volk zijn vrijheid moeten prijsgeven. Albanië heeft zijn souvereiniteit niet kunnen behouden.
Wederom is de lucht van Europa van oorlogsgeruchten vervuld. Vrees maakt zich meester van velen .. .
De Nederlandsche regeering heeft zich genoodzaakt gezien, eenige maatregelen te treffen, welke slechts ten doel hebben er blijk van te geven, dat het de vaste wil van het Nederlandsche Volk is zijn zelfstandigheid en onzijdigheid te handhaven, onder alle omstandigheden en naar alle zijden.
Dr. H. Colijn heeft in een radio-rede de beteekenis der getroffen maatregelen uiteengezet en daaraan den raad verbonden:
‘Hoe kalmer we den toestand onder de oogen zien, hoe rustiger wij allen ons dagelijksch werk blijven verrichten, hoe beter dit is voor onszelf en hoe gunstiger indruk dit naar buiten zal maken’.
De Nederlandsche Joden zullen zich zeker deze woorden ter harte nemen en op iedere wijze toonen, loyale staatsburgers te zijn. Doch daarnaast dienen zij niet te vergeten, dat op hen nog een tweede taak, een Joodsche taak, rust, welke zij evenmin mogen verwaarloozen.’
Wie kwam toch steeds op die onzalige gedachte, dat wij joden geen loyale burgers zouden zijn. Wie behalve dan een kwaadwillige N.S.B.-er, door Bernstein op een dwaalspoor gebracht. En het toch ook wel kwaadwillige N.I.W. dat zionistische spoken bleef zien (zoals na 1948 anti-Israël-spoken) aan een blanke horizon.
Wij waren toch al drie en een halve eeuw loyaal. Streden wij niet als joodse mensen voor de aloude godsdienstvrijheid, ook al waren we al anderhalve eeuw niet meer in sjoel geweest. Zoals professor Mr. A. C. Josephus Jitta, toen hij op 11 november (wapenstilstandsdag!) 1934 werd geïnstalleerd als Ere-voorzitter van de joodse vereniging T.O.P. te VGravenhage (Toneel, Ontwikkeling, Philantropie). Zo luidt het verslag:
156