ONGEWENSTE VREEMDELINGEN
‘Geef mij nu wijsheid en wetenschap, opdat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit uw groot volk kunnen richten?’
En die als ‘Cohen’ ( = priester) misschien wel dacht daarnaast nog hogepriester te zijn ook.
Tussen 1933 en 1940 was deze man als de leider van het Vluchtelingenwerk de prominente jood bij de Nederlandse autoriteiten. Zij hadden (evenmin als de latere Duitsers) geen betere kunnen vinden. Zwervend en dolend laat onbarmhartig zien hoe Cohen alles accepteerde. Maar wie van de 120.000 Nederlandse joden (uitgezonderd het kleine groepje medewerkers van de professor - toen nog een titel met een magische klank) trok er zich destijds iets van aan. De 115.000 indifferenten eerst recht niet. De zionisten lieten verstek gaan om principiële redenen. Cohen èn de Nederlandse autoriteiten beredderden de tragedie der ongewenste vreemdelingen, zoals Cohen èn de Duitse autoriteiten het op grotere schaal na 1940 zouden doen. Er was principieel niets veranderd na de inval. Behalve dan dat wij plotseling in de praktijk allen ongewenste vreemdelingen waren geworden. Die tezamen met Cohen eerst de anderen hadden geliquideerd subs. laten liquideren en naderhand ons zelf. En die in Westerbork verder nach dem Osten wurden abgeschoben. Met behulp van Duitse joden, die Cohen - met behulp van de Nederlandse autoriteiten - in Westerbork had laten concentreren.
Fortuna volubilis errat - moet de hoogleraar in de oude geschiedenis hebben gedacht. Rabbi Meier zei reeds hetzelfde (Bah. Talmoed, trac-taat Sabbath, 151b): Galgal hoe sje-chozer ba-olam. In het Breerojaar gaarne vertaald tot: het kan verkeren.
Nu eerst heeft het zin bij het begin te beginnen: Cohen én de Nederlandse autoriteiten tot 1940. Een onderwerp voor een dissertatie. Gegeven het grote werelddrama van Hitler. En: de kleinzielige angst van al die Nederlandse joden voor hun posities in hun bloedeigen vaderland. Of was daar iets mee? De brochure over de arbeid van het Comité voor bijzondere joodse belangen uit 1939 (Na zes jaar) brengt zowaar wéér Colijn.
155