HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
deze bladzijden blijkt, hoezeer Cohen reeds in 1933 (en daarvóór) de man was, die hij na 1940 zou zijn. Een typische galoet-jood, die zijn functie in de maatschappij gebruikte om (geheel in de stijl der politiek-liberale joden) zich in dienst te stellen zijner ‘arme’ mede-Israëlieten. Een nationaal voelende jood, maar niet denkende volgens de strenge systematiek der N.Z.B. die hem al lang voor 1940 van het toneel had weggeveegd.
Beter dan bij deze politieke zionisten paste hij in de geschetste traditie der Nederlandse joden. Die - in 1940 plotseling gelijkgeschakeld - zich in grote geledingen zonder protest overleverden aan de ‘sjtad-lan’, die eindelijk baas was geworden over alle Israëlieten, die er woonden aan de kusten der Noordzee. Die ijdele hoogleraar, die aan de oudheid een kleine Griekse koningsdroom had ontleend. Die door de Duitse emigrant Léon Holman zijn ex-libris had laten durven tekenen met de zegenende ‘priesterhanden’ en de tekst uit II Kronijken 1.10:
154