ONGEWENSTE VREEMDELINGEN
aangezet en het A.N.P. bracht zijn nieuwsverslag uit. De stilte werd diep. Ieder onderdeel van het wereldnieuws kon een persoonlijke lotswisseling beteekenen. In verhoogde associatie-kracht luisterden die menschen. Ze zaten er als voor drie eeuwen de Spaansche Joden die ook vanuit een stil huis te Middelburg of te Amsterdam in gedachten over de wereldkaart vlogen om te zien waar men nog nestelen kon en die ook bij elkaar een tijdelijke behagelijkheid zochten en met elkaar, zij, de levende scherven van een af geworpen deel, een vaderland in miniatuur aaneenlijmden/
Ontroerend en vernederend blijven de aspecten van de joodse problematiek.
Te sterker kwam dit uit in de jaren tussen 1933 en 1940 toen de economische én de politieke crisis hand in hand gingen. En ook het Nederlandse volk nog niet had geleerd ons te beschermen, tegen die rotmoffen, die met hun rotpoten van ‘onze’ rotjoden dienden af te blijven, zoals het latere antipathieke en antisemitische grapje luidde.
Wij laten nu even de maatschappelijke joodse problematiek buiten beschouwing. Wat doet het er ook allemaal toe. Dan kón een jood geen burgemeester worden van Amsterdam en Vriezeveen. Dan zóu mevrouw Jansen er niet voor voelen enz. enz.
Wij bepalen ons tot de harde feiten in de officiële sector van de staat. Hoe reageerde de democratische Nederlandse overheid op het probleem van Hitlers slachtoffers die als joods vee over de Duits-Ne-derlandse grenzen werden gedreven.
Wij bezitten daarover een Nijmeegse dissertatie van Dr. R. M. A. A. Geuljans, uit 1938. Cohen heeft haar gebruikt, toen hij zijn Zwervend en dolend schreef, waarin o.a. de arbeid van het Comité voor Joodse Vluchtelingen de revue passeert. Een apologie, die - als inleiding tot het hoofdthema van dit caput - ons thans vooraf gelegenheid moge geven tot een analyse van David Cohens persoonlijkheid.
Wij laten diens activiteiten in de vluchtelingensector nu maar voor wat ze waren. De nieuwsgierige lezer zij met een gerust hart verwezen naar professors boek, dat geen detail onbesproken laat.
Wil men dit een plaats geven binnen het geheel der contemporaine historiografie der joden in Nederland, dan kan men stellen, dat uit al
153