ONGEWENSTE VREEMDELINGEN
verblijfsvergunning slechts te verlenen aan cleanshaven Joden. Zoals de parnes. Baarden zijn contrabande.’
Dat was overgebleven van de ahawath jisraeel, de liefde voor Israël, het borg zijn voor elkander.
Men onderschatte intussen de problematiek niet. Na 1933 was Europa politiek dichterbij gekomen. De Nederlandse joden voelden, dat in de houding der autoriteiten tegen de Duitse vluchtelingen misschien elementen zouden kunnen meespreken, die, zo ze al niet duidelijk op antisemitisme leken en in elk geval niet expliciet als zodanig waren bedoeld, toch gemakkelijk kwaadwillenden op de gedachte zouden kunnen brengen, dat de Nederlandse joden destijds zeer waarschijnlijk niet met de Bataven de Rijn waren komen afzakken. En zij werden en bleven bang. Voor hun eigen posities, wel te verstaan, waarvan de labiele structuur werd afgereageerd op de nog zwakkere van hun Duitse mede-joden, die van beide zijden weinig hadden te verwachten. Ze irriteerden de joden, die hun eigen problematiek o zo begrijpelijk afreageerden op deze ongelukkige vervolgden om het eigen ras. En ze irriteerden (als Duitsers, als joden?) ook de niet-joden, die in Amsterdam Zoid even ongaarne dit soort ontmoetten als de Amerikanen negers.
'beethovenstras SE
Dikke mevrouw met Duits accent bij Albert Heijn in de Beethovenstraat (waar anders?): 'Ach wilt u even kijken welke prijs op dit blikje staat? Ik heb mijn leesbril niet bij me.’ Je leest de prijs en krijgt een duw, waarna de mevrouw het eerst bij de kassa arriveert. Je hebt zin om een rel te schoppen (omdat het altijd dezelfde mevroien zijn), maar dat kost teveel tijd. Slappe smoes. Je komt buiten en ziet door dezelfde Beethovenstraat een lichtblauw 2 CV rijden. Daarin een Njordachtig persoon, verschoten lichtblauw jasje, verschoten blonde haren. Op de achterruit een bordje: ‘Je roule pour moi.’ Net als met de liedjes, het klinkt gewoon aardiger in het Frans.’
Dit is overigens ontleend aan de rubriek NANA van Joke Fehmers, verschenen in het liberale Algemeen Handelsblad van zaterdag 15 juni 1968, Supplement, pagina 16.
151