HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
schouw toch onze vernedering, voer onzen twist en verlos ons spoedig ter wille van Uwen naam’, dan ziet ieder onbevangen lezer toch direct, dat dit nu juist een gebed is niet om zedelijke, maar om materiële verlossing.
In deze methode van interpretatie nu zou ’t kunnen gelukken ieder gebed om materiële goederen zo lang te kneden tot het ‘ethisch’ genoeg is geworden. Men zou daarmee vrede kunnen hebben, ware het niet, dat deze methode alleen toegepast wordt op die gebeden, waar nationale goederen gevraagd worden. Gebeden, waar individuële goederen gevraagd worden, ondergaan deze kunstbewerking niet. En daarin uit zich de werking van het Galoeth. Terwijl ieder volk en iedere groep zonder gewetensbezwaar om eigen materiëel welzijn bidt en soms zonder schroom om vernietiging zijner vijanden (‘Gott strafe England’!), vindt de orthodoxe Jood het nodig om deze gebeden met een ethisch sausje te overgieten.
Waarom? Bevatten dan de andere gebeden niet genoeg rijke gedachten en zedelijke gevoelens? Ja, bidt niet een groot deel van de gehele wereld met onze woorden, waaraan men soms de Hebreeuwse stijl nog in de vertaling proeft? Moeten we dan ook nog de gebeden om materiële goederen vervluchtigen tot gebeden om zedelijke goederen? Welke andere grond kan hiervoor zijn, dan de noodlottige neiging om al het Joodse zo voor te stellen, dat de anderen het mooi zullen vinden? En deze neiging komt voort uit het centrale gevoel, dat alle Joodse handelingen in Galoeth beheerst, de angst. En wat er dan nog aan wensen voor eigen heil overblijft, moet voorzichtig verdedigd worden. 'Dat nu echter zoodanige beden, die geheel aan het herstel en de verheffing van Tsion en hare bewoners gewijd zijn, en dus den zegen van welvaart in de eerste plaats voor den bodem van het geheiligde land afbidden, ons kunnen strekken tot dagelijksche gebeden om genezing en welzijn op alle plaatsen en tijden - zie daar juist een verschijnsel, dat in zijn schijnbaar bevreemdenden aard de meest kenmerkende uiting vormt van den waren, oorspronkelijken geest des Jodendoms ...
Het goede en heilzame kan immers naar Gods rechtvaardige beschikkingen slechts een uitvloeisel zijn van de deugd en braafheid, wier woord in zijne eerste geboorte ginds te Tsion troont enz/
Mossel vervolgt:
132