HOGE HOEDEN / LAGE STANDAARDEN
een vloek. Wat moet men met het leven beginnen? Het leven is immers niet enkel een vegeteeren: eten, drinken en slapen. Dit ware geestelijk een leven van de hand in den tand, zonder plan, zonder te weten waarheen en waarvoor. Wie zóó leeft, verdoet zijn leven. Er zijn er, die het leven zoo mooi mogelijk trachten te maken, telkens opnieuw een greep doen.
Het oude Jodendom geeft een plan, een goed ingedeeld program, zonder lacunes. Wie dat volgt leeft niet als degeen die den dag begint zonder te weten wat hij zal gaan doen en leeft zonder agenda, maar als degeen die zijn dag indeelt en weet hoe hij zijn tijd moet besteden. Deze laatste leeft vlotter, gemakkelijker, prettiger/
Zijn collega, de Utrechtse, later Amsterdamse Raw Justus Tal, deed het wat theatraler en theoretischer in een opmerkelijke (in het Agoe-distisch, anti-zionistisch Weekblad voor Isr. Huisgezinnen van 19-8-1932 gepubliceerde) briefwisseling met de al eerder genoemde M. J. Premsela. Tal dan stelt:
‘Zeker, ik heb altijd gezegd en zeg nog, dat het Jodendom geen orthodoxie heeft, maar een orthopraxis. Maar je laat iets weg: dat ik er ook bij gezegd heb: en een orthonoia! de juiste gezindheid, de juiste gedachte, de juiste idee! Die philosophische ‘openbaring in ’s menschen binnenste’ zonder meer is gladde narrisjkat! die heeft de fetisjaan-bidder ook; en Jacob Böhme en Meister Eckart etc. ook!’
‘Zeker, ik heb altijd gezegd en ik zeg nog: het Jodendom heeft geen dogmata! en daarom zeg ik het heeft geen orthodoxie. Ik heb gedacht, dat deze zin in zichzelf duidelijk genoeg is geweest, doch het blijkt van niet. Ik bedoel er mee: Wat het Christendom in zijn dogmata heeft: dat men met het aannemen er van Christen is, met het aannemen er van in den zinsvorm, waarin de concilies de dogmata gegoten hebben, dat men met het niet-aannemen er van ketter is en dat op het niet-gelooven alle aardsche en helsche straffen staan, dat eigenlijk in de dogmata het heele christen-zijn vervat is - zeker, men moet dan natuurlijk ook wel een goed mensch zijn en niet stelen etc. maar hoofdzaak is toch het gelooven van die dogmata en daar hangt de toekomstige zaligheid van af: dogmata, over wier formuleering eeuwen en eeuwen gestreden is en wier vaststelling altijd de arbeid der concilies
110