ZIJ LIETEN HUN SPOREN ACHTER
hield veel van Joodse geschiedenis. Maar niet zoveel of ook zij vond het maar een corvée om iedere zondagmorgen als vriendjes en vriendinnetjes gingen wandelen en spelen, naar deze tempel der wijsheid te moeten gaan. Op een sjabbesmiddag besloten de vrindjes en vriendinnetjes de volgende dag naar het Park te gaan. In de kleine Esther begon het geweten raar te doen. ‘Jammer, Hes, dat jij niet mee kunt...’
Esther stond de volgende ochtend om acht uur kant en klaar.
‘Kind’, zei moeder, ‘waarom ga je zoo vroeg al naar school?’
‘Och’, antwoordde ik verlegen, "t is zulk fijn weer.’
En moeder goedig: * Nou, ga dan maar. Zul je voorzichtig zijn met de rijtuigen''
Langzaam slenterde ik de straat door, ze mochten eens argwaan krijgen. Maar nauwelijks om de hoek, zette ik het op een lopen, rende in één stuk door naar de Boompjes, waar de school stond. Angstig keek ik naar rechts, naar links, raapte toen een beetje grint op en stopte dat in het sleutelgat. A Isof er niets was gebeurd, wandelde ik weg, liep een paar straten om, en kwam op het nippertje van negen hij school terug, waar de kinderen om meester Preger heen stonden, die tevergeefs probeerde de sleutel in het slot te steken.
Zes, zeven kinderen tegelijk schreeuwden mij toe, dat wij niet naar binnen konden. Ik zag meester Preger peuteren en vond het wel een beetje eng. Hij moest het eens weten, dacht ik. Tenslotte draaide meester zich met een verdrietig gezicht om.
1 Kinderen, het sleutelgat is verstopt en op zondag kan ik geen smid laten halen. Gaat maar naar huis, vandaag geen school. ’
Er ging een hoera’ tje op. Graag had ik willen vertellen, dat dit buitenkansje aan mij te danken was, maar ik deed het niet en riep mee hoera! Op een ren naar huis om te vertellen, dat het sleutelgat verstopt was. Ik deed het verhaal met afgewend hoofd, maar moeder en mijn zus Leentje merkten niets. Ze stopten mij nog wat toe en zoenden mij goeden dag, toen ik naar het Park ging om de anderen te ontmoeten. Het is misschien slecht om het te bekennen, maar het is een van mijn prettigste zondagen geweest.
In alle simpelheid een typerend verhaal! De hele Esther de Boer-van Rijk komt er uit: liefde voor het leven, naïveteit, humor, kortom het echte! Zij zelf vond dit gebeuren ook belangrijk genoeg om het in extenso op te nemen in haar autobiografie Ik ki/k terug, die zij op haar tachtigste schreef, toen zij op zeer veel terug kon zien, want haar leven was rijk gew eest. Te opmerkelijker, omdat zij geen grote tragédienne was maar een pure vrouw, die geboren scheen voor het realistische toneel, dat Heijermans op hoog niveau wist te scheppen. Als zij opkwam, wanneer en bij welke gelegenheid ook, volgde een open doekje. Het publiek hield van haar. Even lichtten haar ogen, dan ging ze onopvallend door ‘met haar werk’. Een intrige-loze toneelspeelster, die zich als zodanig handhaafde in een w'ereld vol intriges.
Ook haar carrière w'as niet gemakkelijk. Zij heeft zeer moeilijke ja-
220