Zij lieten hun sporen achter

Titel
Zij lieten hun sporen achter

Jaar
1964

Pagina's
270



ZIJ LIETEN HUN SPOREN ACHTER

zou maken: Op hoop van zegen! Het was op maandag, 24 december 1900 voor het eerst opgevoerd. De schrijver was feitelijk Jood, maar wel Jozef Israëls’ antipode! Want hoe wij zijn biografie ook benaderen, Heijermans hield niet van ons. Er zijn voor deze ‘zelfhaat’ verklaringen gezocht en gevonden, die hier niet terzake doen. Ons gaat het om de vraag of ook deze gevoelige artist, die toch in elk geval Jood-gebo-ren was, in zijn scheppende krachten Joodse waarden heeft vertegenwoordigd en uitgedragen.

Juist in zijn affectief benaderen van de sfeer van het Amsterdamse ghetto (Diamantstad) kan hij ons nog na zoveel jaren niet in het onzekere laten over zijn innige verbondenheid met de mensen, die daar leefden. Dit boek, dat de stoot gat tot het latere saneren van de Jodenhoek, blijft zijn betekenis behouden als het werk van een bewogen Joodse socialist. Het moge van Joods gezichtspunt uit een afzichtelijk boek schijnen, het blijft een tijd-gebonden document van grote waarde, waarin de strijd van Joodse proletariërs met het officiële Jodendom gestalte verkrijgt tegen de achtergrond van het ons reeds bekende diepere conflict, dat het socialisme in zijn eerste fase wel moest uitvechten met het door liberalen beheerste kerkgenootschap.

De domme rebbe, die in de voorstellingen van Heijermans-Marx de ‘Jodengod’ vertegenwoordigt, heult met de rijke bourgeois-uitzui-gers. Grove kleuren worden geschilderd, die wel moesten spreken tot de rode arbeiders uit de Amsterdamse Jodenhoek. De dromerige socialist Eleazar rukt in felle woede de ‘mezoeze’ van de deurpost. Het conflict der generaties wordt tastbaar voorgesteld en het Jodendom het raam uitgesmeten.

Wij worden herinnerd aan de Atjeh-medaille, die in Op hoop van zegen uit het raam werd gegooid, maar zijn dan wel ongemerkt naar een ander aspect van Heijermans’ scheppingskracht overgegaan. Hoe zou de sfeer van Diamantstad zij n geworden, als deze ontwortelde Jood voor de belangen van zijn klasse-broeders-naar-den-vleze had mogen optreden zonder haatgevoelens; alleen gegrepen door dezelfde liefde, waarmee hij de maatschappelijke vraagstukken van de ‘underdog’ benaderde?

Ook zijn hart trok naar de zee. Zelf kind van een Rotterdams Joods burgergezin (zijn grootvader was secretaris van de Kerkeraad; zijn vader redacteur van de N.R.C.) had de aanraking met het Amsterdamse Ghetto hem een geduchte knauw gegeven. De broeierige sfeer van Breestraten en Houttuinen wekten felle weerstanden in hem. Daartegenover verhief zich het andere, het frisse, het pure, dat hij

218

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.