KINDEREN AAN DE ZEE
Vincent van Gogh tevoorschijn roept! De waarnemer tenslotte van de vissersbevolking aan de kusten van de Noordzee, die hem boeide, die hij liefhad. In 1855 naar Zandvoort gegaan op advies van zijn medische broeder Abraham, vond hij in het eenvoudige vissersmilieu een variant op zijn eigen romantisch-Joodse ik, dat hem zijn leven lang niet meer zou loslaten en dat even kenmerkend voor hem zou blijven als de omgeving van de Breestraat. Wie kent nog dat eigenaardige negentiende eeuwse boek De kinderen der zee, schetsen naar het leven aan onze Hollandsche stranden, door jozef Israëls ? A. W. Sijthoff te Leiden gaf het uit met gedichten van Nicolaas Beets, in een versierde band, goud op snee. We worden meegenomen van De wieg tot Het anker. Een van de getroffen situaties, Langs Moeders graf zou later Israëls standbeeld worden in zijn geboortestad. De teksten van Beets storen niet opvallend, en het gehele werk blijft doordrongen van een sfeer van eerlijke ‘rachmones’ (mensenliefde), die zich zuiver aan ons mededeelt. Wij denken aan het wachtende meisje op de duinen:
« A AR BLIJ I T HIJ?
Den ganschen nacht,
Gewaakt, gewacht,
En met geweken ;
Uit al haar macht In Zee gekeken...
Eén ding gedacht!
Eén ding gedacht,
Den ganschen nacht.
En vast gehouen:
‘Het is St. Jan:
‘ Wij moeten trouwen;
'Waar blijft hij dan}'
Herman HeijermansWaar hebben wij dat meisje nog meer ontmoet? In 1901 verscheen te Amsterdam bij S. L. van Looy een ‘spel van de zee’, dat geschiedenis
217