ZIJ LIETEN HUN SPOREN ACHTER
dendom als oplossing van het Joodse vraagstuk. Hij eindigde: ‘De verlossing der Joden zal komen’, wachtte even en zei toen tot de in spanning verkerende zaal vol Joden: ‘maar door de Rode Zee!’
Maar wat moet het socialistische publiek hebben gedacht over een van zijn laatste redevoeringen voor de radio, toen hij mocht spreken over het partijconflict met de O.S.P. anno 1934? Hij noemde zijn speech ‘De mannen van Saron’ en vertelde het oorspronkelijke tal-moedische verhaal van de Hogepriester, die op de Grote Verzoendag het gebed uitsprak voor de mannen van Saron. Zij woonden op een gebied, dat door regen gevaarlijkwankel was geworden. Hij zei:‘Mogen Uw huizen niet Uw graven worden...’ De toespeling was duidelijk, maar het waren vooral Joden, groot geworden in de tradities van hun volk, die ontroerd waren. Want deze socialistische ‘darsjan’ verbond de kennis van het Jodendom aan een levende overtuiging, die hij bovendien nog op esthetisch verantwoorde wijze uitdroeg. Weinigen is dit vergund.
Daarnaast gebruikte hij echte Joodse gijn, iets geheel anders dan wat aangegeven zou kunnen worden met ons woord ‘humor’. Vooral deze gijn maakte hem tot een vaardig en gevreesd debater. Legio zijn de anecdotes, waarvan er na de oorlog nog een in de Tweede Kamer werd gereleveerd. De geijkte formulering 'het onderwijs is de regering een voortdurende zorg’, amendeerde het Kamerlid Kleerekoper in ‘het onderwijs is de regering voortdurend een zorg.’
Zo ook, geestig en gevat, waren zijn Oproerige krabbels, dat deel van zijn oeuvre, dat hem in feite onsterfelijk heeft gemaakt. De frisheid, waarmee deze journalist iedere avond zijn Krabbel afleverde (die hij— naar herhaalde mededelingen—zeer stroef en moeilijk schreef), dwingt op zichzelf reeds tot eerbied. Soms innig, dan weer bijtend van sarcasme; zelfspot, afgewisseld doorstatig-Bijbelse fragmenten, maar altijd pakkend. Vaak treedt alles terug voor de uitbeelding van een zuiver-Joods cultuurfragment (‘Ouwe Rebbe’), dat voor niet-Joodse lezers vreemd moet zijn geweest. De Oproerige krabbels vormen het hoogtepunt in het leven van deze merkwaardige Jood, die zichzelf het liefst (niet geheel bescheiden) met Heine vergeleek. Eerlijkheid gebiedt ons nochtans vast te stellen, dat er wrel iets gemeenschappelijks is in het leven van beide Joden en dan denken we nog eens niet aan de tragische coïncidentie van beider levenseinde.
Ookde romanticus A.B.K. bleef met het Jodendom ‘liebaugeln’, nadat hij zich van de groep zelf had vrijgemaakt. Wat sprak deze Asser Benjamin graag en bij voorkeur en uitvoerig over alles wat maar te
190