Zij lieten hun sporen achter

Titel
Zij lieten hun sporen achter

Jaar
1964

Pagina's
270



Lodewijk Pincoffs, grondlegger van Rotterdams grootheid

Sarphati was miskend maar niemand twijfelde au fond aan zijn onbaatzuchtigheid. Voor het forum der geschiedenis werd hij tenslotte stilzwijgend geaccepteerd als degrote motor èn promotor van het moderne Amsterdam. Moeilijker schijnt het in beschouwingen over het aandeel der Joden aan de opkomst van Nederland in de negentiende eeuw een plaats in te ruimen voor een man, wiens biografie nog niet werd geschreven, doch wiens levenspraktijken inzet werden van veel ‘geschrijf’. Wij bedoelen Lodewijk Pincoffs.

Het schijnt ons geoorloofd zijn beeld te tekenen naar een critische analyse van een uitvoerig hoofdstuk, dat Mr. W. C. Mees heeft gewijd aan deze Joodse zakenman in zijn Man van de daad: Mr. Marten Mees en de opkomst van Rotterdam. De schrijver belicht het optreden van Pincoffs zó, dat een toetsing van dit beeld naar Joodse maatstaven de omtrekken duidelijk doet worden van een belangwekkende figuur, die in de Maasstad op de voorgrond trad ten tijde dat Amsterdam onder de bezielende impuls van Sarphati een nieuwe fase tegemoet ging.

Lodewijk Pincoffs was de zoon van een uit Marksch Friedland in West-Pruisen afkomstige Duitse Israëliet, die zich in 1800 te Rotterdam gevestigd had en daar een loterij kantoor en tevens een grossierszaak in manufacturen gedreven had. De zaken schijnen goed geprospereerd te hebben. In 1839 woont hij tenminste aan de Zuidblaak en houdt drie dienstboden. Wellicht hebben de beide jongens—Pincoffs was een jaar ouder dan Marten Mees—die beide aan de Blaak woonden, elkaar daar reeds gekend.

Lodewijk Pincoffs, die een goede opvoeding genoten had en geruime tijd in Londen en Antwerpen de handelspraktijk geleerd had, vestigde zich (wij volgen nog altijd de auteur) in 1849 te Rotterdam, waar hij in het zelfde jaar met zijn neef en schoonbroeder Henri Polak Kerdijk, die zich later alleen Kerdijk noemde, de firma Kerdijk en Pincoffs stichtte, die ten doel had de handel in meekrap, indigo en aanverwante artikelen.

Inmiddels begon Pincoffs zich, behalve voor zaken, ook voor politiek te interesseren. In 1824 was de gewoonte ontstaan, dat in de Rotterdamse gemeenteraad altijd aan één Jood een zetel werd afgestaan. In 1856 werd Pincoffs de gelukkige. Dat men in het algemeen niet zo enthousiast was over een Joods lid van dit illustere gezelschap moge blijken uit een antisemitisch liedje, dat in Rotterdam circuleerde:

148

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.