zij huizen lieten bouwen voor de door hen ondersteunde Joden. Nog herbergt de oude stad wellicht de concrete resten van hun Zionsliefde, die in het Nederland van hun dagen niet eens zo op zichzelf stond, als men wel geneigd is aan te nemen. Wij denken aan een proletarische „Chewra Kadiesja” als Bene Tsion, Sjomre mitswot we Orach Chajiem, die wekelijks in een oude synagoge bijeenkwam, om te weeklagen over de verwoesting van Jeruzalem. „De vereniging heeft zich verbonden tezamen te komen in het leerhuis om te klagen over de verwoesting van de tempel en te bidden om Zion en Jeruzalem.” Of ook aan de diep bewogen mannen, die tegen middernacht („chatsot”) bijeenkwamen, om volgens een bestaand ritueel, te smeken om herstel van Zion en Jeruzalem. Voelden de Lehrens inderdaad iets aan van de scheppende krachten der Zionsidee, die wij in hun daden zo graag willen terugvinden? Was hun arbeid wezenlijk gericht op de grote lijn der nationale Joodse historie? Zeker, zij hebben bij de bekende calamiteiten der 19e eeuw als Damascus-affaire niet werkeloos toegezien. Maar daarin stonden zij met de Liberalen schouder aan schouder. Wij doelen nu op de interne historie van het Jodendom. En dan eens niet van de zijde der „Wet” — maar van die van het volk, dat zich in het Galoet wist en reëel wachtte op de verlosser. „Zionisme”, Verlossingsbeweging. Eén aanknopingspunt is er althans: de figuur van Nachman Nathan Coronel.
In Amsterdam geboren (1810) uit een Asjkenazische moeder en een Sefardische vader, ontving hij zijn eerste onderricht op het Portugese Etz Haim. Later leerling geworden van Abraham Susan, Dow Beer en Samuel Berenstein, kwam hij thuis bij de Lehrens. Hirschel nam hem mee toen hij naar Den Haag moest verhuizen.
Toen Nachman twintig jaar oud was, wilde hij naar Palestina, doch hij kreeg, in verband met de Belgische opstand, geen verlof om het land te verlaten. Eerst na veel moeite verkreeg hij een uitreisvergunning op vertoon van zijn zogenaamde Rabbijnendiploma’s. Een nationaal tegenstuk van de populaire Joodse citadel-poëzie! Nachman vertrok naar Safed, het oude centrum der mystici, huwde daar en reisde naderhand naar Jeruzalem. Hij verwierf talloze, overoude boeken en manuscripten en publiceerde, als resultaat van bestudering dezer werken, veel en belangrijk materiaal.
Van de Keizer van Oostenrijk verwierf hij de gouden medaille voor Kunsten en Wetenschappen. Niettemin schijnt het ook hem in Palestina zeer moeilijk te zijn gegaan. Zoals dikwijls blijkt uit zijn correspondentie met David Montezinos, voor wie hij nu en dan boeken aankocht. Nog doen legenden over zijn bittere armoede de ronde in de Joodse wereld.
Coronel is een van die negentiende eeuwers geweest, wiens naam wordt genoemd, waar maar over ]oden wordt gesproken. En deze man kon opgroeien in de milieus van de Lehrens! Toen eenmaal de grote S. D. Luzzatto zich uitsprak over de synthese van zijn universalisme met het messianisme der vroegere én latere geslachten, was het in een brief aan de Jeruzalemmer Nachman Nathan Coronel, de huisgenoot der Lehrens, die zich bleef noemen: „kind van Amsterdam en inwoner van de heilige stad Jeruzalem.” „Schedal’ schreef hem, Padua 21 oktober 1849:
„. . . Zwei grosze Neueinführungen tun not: Erstens öffentliche Predigten, um dem ganzen Volk zu zeigen, dasz der Sohn Davids noch nicht gekommen ist, denn noch haben die Völker die Schwerter nicht in Pflugscharen umgeschmolzen... Zweitens, dasz die Juden immer mehr zur Lebensweise ihrer Ahnen zurückkehren, sich von ihrer Hände Arbeit zu ernähren, vor allem durch Kultivierung
79