DE KEHILLA EN ISRAËL
Het is sedert eeuwen de functie der kehilloth geweest, de Joden het beleven van deze traditie mogelijk te maken. Bij gebreke aan een reëel vaderland, waren het de Gemeenten, die concreet en abstract ruimte schiepen voor het ondergaan van het eigen verleden. In de na-Emancipatorische ontwikkeling vaak verschraald tot „kerkelijke” instituten, zullen onze kehilloth thans wederom iets van hun vroegere status moeten herwinnen om opnieuw tot de verbeelding van jonge Joden te kunnen spreken. Dat vereist de diaspora na 1948.
De stichting van de Staat heeft in zekere zin verhelderend gewerkt op de positie van het gehele Joodse volk. Wij denken aan de centrale lijn der Joodse historie, die voor iedereen zichtbaar is geworden. Eenmaal uit Zion verdreven, hervond ons volk de weg naar zijn oorsprong. Daarnaast zijn er echter problemen ontstaan van allerlei aard, waarvan het voornaamste zonder twijfel is: de toekomst van de Gola buiten Israël.
Wat is er over deze toekomst in het midden te brengen, nu ook uit Israël wordt beweerd, dat het Jodendom buiten de Staat zal zijn gedwongen onder te gaan of op zijn minst te degenereren. Is dit zo? Bij het analyseren van vraagstukken als het onderhavige dient ieder historisch-denkend individu zich de nodige beperkingen op te leggen. Ernstige geschiedbeschouwing kan nimmer doordringen in de toekomst; gezwegen nog van het trekken van daarop gebaseerde vergaande conclusies. Ook de Joodse historie heeft in haar verloop wel verrassingen vertoond.
Voorlopig is de spreiding van ons volk buiten Israël een potentie, waaraan niet het minst onze Staat voordelen ontleent. De meermalen geponeerde stelling, als zoude ook in de verstrooiing der Joden een belangrijke krachtbron verscholen liggen, moge in herinnering worden gebracht, ook zonder dat wij de neiging hebben daarop in ons verband nog nader in te gaan. Wij gaan simpel uit van ons bestaan hier! En van dit punt uit redenerende, occuperen wij ons nu met de positie der Joden. Juist de stichting van de Staat heeft het richtingsgevoel der diaspora-gemeenten zuiverder gemaakt dan ooit. Dit moet de kern uitmaken van iedere redenering betreffende de huidige diaspora. Wat vroegere geslachten smartelijk hebben ontbeerd, dat is ons geschonken. Onze kinderen behoeven niet meer te vragen naar een onwezenlijk ver Jeruzalem. Op het Rokin te Amsterdam bevindt zich het bureau van de El Al. Er is plaats genoeg voor enkele reizen én retours !
Is daardoor ons Joodse leven geïnspireerder geworden ? Misschien niet in eerste instantie! Daar is allereerst het schuldgevoel van het retourbiljet. Wij kunnen gaan en wij zijn gebleven. Intussen ontwikkelt de Joodse Staat zich zo snel, dat het niet ondenkbaar is, dat wij soms de aansluiting aan het tempo van Israël zullen verliezen. Maar betekent dat, dat daarom het Jodendom in de diaspora zou moeten degenereren? Wij kunnen ons werpen op de bestudering van het Hebreeuws, van onze geschiedenis. Sjeliechiem zullen een brug moeten slaan tussen Israël en de Gola. Israël daagt ons gedurig uit! Wij mogen het antwoord niet schuldig blijven. In deze zin kunnen spanning en inspanning ons heffen boven ons zelf.
Wij zullen moeten waken tegen het grootste gevaar, dat ons in dit opzicht bedreigt: de
141