Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Titel
Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Jaar
1964

Pagina's
138



dreven worden beschouwd, dat Wagenaar inderdaad beschikte over een zeldzame, intuïtieve oorspronkelijkheid naast een briljant denkvermogen.

Reeds in 1881 werd hij tot conrector van het Seminarium benoemd. Een onderscheiding voor een jonge man van 26 jaar; conrector naast Dünner. Men kan het betreurenswaardig vinden, dat deze veelbelovende jongeman zich in 1886 liet benoemen tot Raw van Friesland; in 1895 ging hij naar Arnhem. Zeker, ook het Opperrabbinaat lag deze veelzijdige, die als kanselredenaar schitterde in een stijl, die ons na 1925 al niet meer vermocht te boeien. Maar wat bleef er voor horizon en spankracht over in de hoofdsteden der Mediene.

Veelzijdig was deze figuur inderdaad. In 1884 verscheen van zijn hand „De Talmud en de oudste geschiedenis van het Christendom”. De bekende polemiek met de Leidse Hoogleraar Oort, waarin ook Tobias Tal zich had gemengd. In zekere zin raakte deze studie het gebied van de Talmoedstudie, zij het dan ook in kritisch-apologetische zin. Op zuiver Talmoedisch gebied zou hij zich allereerst begeven, toen rabbinale bezigheden hem daartoe verplichtten Maar tot publicaties op dit gebied moest hij wachten, totdat in 1918 opnieuw de deur van het Seminarium openging voor Rector Wagenaar. Hij was de tweede Nederlandse opvolger van Dünner. Na diens dood had Philip Joachim Benjamin Gobits het rectoraat bekleed tot zijn dood in 1917. Wagenaar voelde voor de open plaats; toen zijn candidatuur voor het Amsterdamse Opperrabbinaat had gefaald, liet hij zich gaarne vinden voor de leiding der Rabbijnen-school. De werkkring lag hem.

Hoezeer cerebraal naar de snit van een Westeuropees geestelijke, was hij een bewogen man, die graag Jodendom uitdroeg en die in het persoonlijk contact met zijn leerlingen het gevoelsmatige in de Joodse levenssfeer gestalte gaf. Dat hij qua wetenschappelijke vorming aan de nodige eisen voldeed, weten wij reeds. Hij bouwde voort op de literair-historisch-critische methode van Dr. Dünner. Zijn creativiteit strekte zich echter uit over halachische gebieden, die door Dünner niet of nauwelijks in het wetenschappelijke onderzoek waren betrokken. Het Opperrabbinaat was Wagenaar niet zo maar voorbijgegaan. Vraagstukken van liturgische en rituele aard hadden hem dikwijls geoccupeerd. Zo ontstond zijn gebeden-vertaling, voorzien van een verklaring, waarin vaak prachtige talmoedische vondsten voorkomen. Wagenaar begreep, dat dit liturgische gebied — door Halachisten vaak ten onrechte verwaarloosd — historisch onderzoek verdiende. Maar dit dateert allemaal nog uit zijn vroegere periode. Want de Heg jon Nefesj verscheen al in 1901. Maar op het Seminarium zou hij dit vak aan jongeren doceren en men moet zelf Wagenaars leerling zijn geweest om de sfeer van de lessen op dit speciale gebied te kunnen aanvoelen. En dan in aanmerking genomen, dat deze veelzijdige geleerde dit onderdeel bracht aan jongens van 12 en 13 jaar!

In de Hogere Afdeling waren het in die jaren de Talmoedische Principiën, die hem interesseerden. Hij kwam voor het probleem te staan op welke wijze men de studenten zoveel mogelijk belezenheid en bekendheid op het talmoedische gebied zou kunnen bij-brengen. Dünner had daar in 1862 al mee geworsteld. Nu waren de eisen van de profane studiën veel groter geworden. En er was nog een negatieve factor: bij de meeste seminaristen was de Joodse basis, die men van huis uit meebracht, minder geworden. Ook hier had de tijd doorgevreten. Er waren vaak slechts heel weinig gegadigden voor het Semi

123

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.