Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Titel
Moeder in Israël - een geschiedenis van het Amsterdamse Asjkenazische jodendom

Jaar
1964

Pagina's
138



Voor het Nederlandse Jodendom was deze ontwikkeling van beslissende betekenis. Bij jongeren als Isidore Hen en anderen kon het latere Zionisme nog altijd corrigerend werken op hun Jodendomsinzichten. Bij gevormde Rabbaniem als Wagenaar en de meeste anderen moesten de orthodoxe opvattingen van Rabbiner Hirsch leiden tot een zeker isolement, dat vooral noodlottig moest zijn in een periode van opkomende nieuwe denkbeelden, toen hele generaties studenten worstelden met het vraagstuk van het Jodendom, dat actueler en actueler werd.

Er kwam daar nog iets bij! Bij Hirsch in Frankfort was er dan toch altijd nog sprake van een brede groepering van orthodoxen, van een levende kern. In Nederland, waar de Tren-nung geen kans kreeg in de nu eenmaal gegroeide verhoudingen van het Kerkgenootschap, was zulk een kern niet aanwezig. Men verwarmde zich aan de denkbeelden van Frankfort, zonder daaruit enige organisatorische consequentie te trekken. Men bestreed het Zionisme; dat was nog het meest „constructieve”. De periferie werd nauwelijks meer bereikt. Het proletariaat had reeds lang de Kille verlaten. Dünner mocht dan tekort zijn geschoten, ook Rabbiner Hirsch kon het tij niet keren.

DÜNNERS LEERLINGEN

Tot nog toe was er slechts sprake van Dünners leerlingen in hun relatie tot Jodendom en Rabbanoet. In hoeverre kunnen wij spreken van resultaten van Dünners wetenschappelijke leiding? Zien wij af van de begaafde Joseph David Wijnkoop (1842—1910), wiens belangrijke prestaties op het gebied van Tenach liggen, en van Tobias Tal (1847— 1898), die in eigenlijke zin slechts homileticus-predikant is geweest, dan valt terstond het volle licht op de al eerder uitvoerig genoemde Lion Wagenaar (1855—1930). Wagenaar kan worden beschouwd als zijn eigenlijke leerling. In 1855 geboren, behoorde hij zo al niet tot de oudste, dan toch in elk geval tot de oudere leerlingen van de Rector. Dit is van grote invloed op zijn latere ontwikkeling geweest. Dünner was nog jong en werd bovendien niet gedrukt door het Rabbinaat. Zijn invloed op de studenten moet groot geweest zijn en naar latere mededelingen van Wagenaar, was het persoonlijk contact tussen de meester en zijn pupillen bijzonder sterk. Aan het Seminarium heerste een opgewekt wetenschappelijk leven. Er was — toen nog — veel contact met het buitenland. Dünner werkte wetenschappelijk bijzonder hard en zijn veelal intelligente leerlingen stonden in bewondering voor zijn oorspronkelijke methode en zijn geniale vondsten. Men werkte niet voor examens; men studeerde. Ook en vooral buiten de examenstof vonden de jonge studenten vele studieterreinen, die hen boeiden.

Vooral Lion Wagenaar blonk uit. In één van de jaarverslagen van het Seminarium schreef Dünner van hem, dat hij „over meer dan normale aanleg” beschikte; een ongewoon judicium van een Rector, die zeer strenge eisen stelde. Hij was toen nog heel jong. Later zou Dünner hem de „geniale” hebben genoemd. En in zoverre kan dit als niet over

122

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.