heb ik twee tegenslagen gekregen, die mij financieel op het oogenblik in een zeer moeilijken toestand brengen. Laat ik je er bij zeggen, dat ik alle hoop heb op een spoedige verandering ten goede in het algemeen en zeer gunstig voor mij. Maar dat belet niet, dat ik er op het oogenblik leelijk mee zit. Het volgende is gebeurd: Doordat ik de geheime Leer van Boeddha ontdekt heb en daarover een werk half heb voltooid, wilde mijn uitgever al voor den oorlog, om die reden mij uit het Duitsch een boek van Clemen laten vertalen over de godsdienstgeschiedenis. Maar daar ik een jood ben, was hij, die tot de liberale partij behoorde, gedwongen dit te laten doen door Dr. Rade-maker. Dat was voor mij een schade van f 150 a f 200! Maar erger nog: een vriendin van mij, die een pension hield, moest zelf voor haar zoon, een jong, begaafd schilder, die in Frankrijk woonde pension betalen, een schuld van f 200. Als dat niet in orde was gekomen, was hij als vreemdeling over de grens gezet. Toen ik het missen kon, d.w.z. tijdelijk maanden geleden en zelfs een ploert het haar wou lenen, op conditie, dat zij zich daarvoor zou prostitueeren, heb ik dat voorkomen en zoo ook het bestaan van haar zoon gered, door haar f 200 te leenen. Ze heeft toen trouw in termijnen van f 25, f 100 + f 12 betaald en is mij nog f 88 schuldig. Maar ze kan daarvan voorloopig niets afdoen, omdat het bonnenstelsel opeens verscherpt is en zij daardoor haar pensiongasten niet te eten kon geven als vroeger. En als gekken verlieten die haar in den waan, dat dit in een ander pension wèl zou gebeuren! Op het oogenblik ben ik f 0.50 rijk en heb o.m. voor levensmiddelen f 10 extra noodig en nog wel f30 om door de maand heen te komen.
Nu heb ik zeker 3 boeken klaar liggen om uit te geven, zoodra de toestand dit hier veroorlooft. Ik heb alle reden om te onderstellen concreet en occult, dat dit spoedig zal gebeuren en vrij plotseling. En bovendien — hoewel ik nog geen concreet bewijs heb — weet ik door eigen visie en die van anderen, dat denkelijk in het voorjaar en wel uit Den Haag voor mij een legaat in aantocht is. Het zou de derde keer zijn. Dringend verzoek ik je daarom mij f 10, zoo mogelijk meer, en als het niet anders kan f 5 te leenen, die ik van de opbrengst van mijn boeken wel kan restitueeren of van een eventueel erfdeel, al weet ik absoluut niet precies wanneer.
Ik denk echter in Februari of Maart, als het van dat legaat komt, van eigen werk een paar maanden later. Ook bestaat er kans, dat mijn tragi-comedie “Pierrot en Harlekijn” in dit jaar wordt opgenomen in De Gids. Ook dat betaalt niet slecht.
Wees zoo goed mij per brief te antwoorden of je mij helpen kunt of niet, niet per briefkaart, want dat hoeven derden niet te weten. Maar laat mij niet in twijfel wachten. Beter direct: Neen, dan geen
74