IX.
ZIJN HANDTEEKENING BIJ HET PROCES TEGEN BARBAROSSA.
’t Was niet mijn taak, toen heel de Menschheid
bloedde, — Waardoor ik menig dieper inzicht won —
Dat met een daad ’k te hulp voor Frankrijk spoedde. En dat in haat er een zich niet bezon En roekloos in zijn krant in d’ oorlogswoede Zich tegen Wilhelm niet bedwingen kon En heel zijn kliek: Men houde ’t mij ten goede, Dat bij ’t proces, wat men daarom begon, ’kNiet openbaar zijn woord wou onderschrijven Door (koekebakkerssdeegdijkheids)dnstinkt,
Dat ik mij niet tot wett’loosheid liet drijven. — Les Alliés zijn óók niet al goud, wat blinkt!... Hoewel 'k vooral zorgde’ uit de kast te blijven, Heb ’k toch wel méé geprotesteerd. (Met inkt!)