De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



ring der beschaafden heeft. Of is Hebreeuwsch soms geen klassieke taal? Of wortelt de ‘cultuur’ van het calvinistische Holland soms niet dieper in den Bijbel dan in Homerus? Zou dus de kennis van het Hebreeuwsch niet van hooger waarde zijn en noodzakelijker ook, dan die van het Grieksch? Als inderdaad, zooals de kampioenen voor het Grieksch staande houden ‘een regel Homerus meer waard is dan de allerbeste vertaling,’ wat een heel andere ‘Matthaeus-Passion’ hadden we dan nog gekregen, wanneer Bach zich niet had moeten behelpen met Luther’s vertaling. En een hoeveel overtuigder martelaarschap! Want alle Christenen van alle eeuwen hebben zich maar met vertalingen moeten behelpen, en wat voor vertalingen! Kan men dan aan zulk Christendom eigenlijk wel een hoogere waarde toekennen dan aan het inzicht van degenen die in Plato alleen door Schleiermacher werden ingewijd en niet door den anonymus van het gymnasium? En is dan niet het Hebreeuwsch minstens even onmisbaar als het Grieksch? Toch leert alleen de theoloog, d.w.z. de vakman, Hebreeuwsch. Wat schuilt hieronder? Dit: het Hebreeuwsch is de taal van den Jood, en wat erger is, in het algemeen van den armen Jood. Want alleen de arme Jood wordt ‘vroom’ opgevoed en gaat tot zijn ‘Bar-mitswo’ bij den Rebbe op school, en leert daar, van menig nederig provinciaal Rebbetje, nog niet eens zoo heel weinig Hebreeuwsch, dat hij in zijn dagelijksche gebeden en in de Synagoge voortdurend herhaalt, zoodat heel veel schamele Joodjes redelijk wel Tora en Talmoed lezen ... zonder dat iemand hun dat aanrekent als een factor van beschaving en ontwikkeling. De deftige Jood kent geen Hebreeuwsch, hij is ‘liberaal’ opgevoed, hij is niet naar de Rebbe-school geweest (den aller-laatsten tijd komt daar, in de algemeene opleving der nationalistische exaltatie, eenige verandering in) en was hij het wel, en kende hij Hebreeuwsch, hij zou het nog verbergen, want de kennis van Hebreeuwsch wijst op burgerlijk Joodsche afkomst voor elk die geen theoloog is. Nooit kon dus Hebreeuwsch op één rang komen met Grieksch en Latijn, nooit kon de kennis ervan een kaste-distinctief worden, een voorrecht der deftigen, daar het zich van meet af met het schamelste deel van het verachte Jodendom associeerde. En niemand houdt staande, dat een regel Hebreeuwsch meer waard is dan de beste vertaling van het Oude Testament! En geen ‘man-van-smaak’ smukt zijn onnoozele verhandelingetjes op met ‘onvertaalbare’ Hebreeuwsche woorden. Is er dan ook iets indrukwekkends of deftigs aan de letterteekens, die het ‘koosjer’ vormen op het raam van het Joodsche eethuisje? Hoe imponeerend daarentegen het Grieksche woord en het Latijnsche citaat, waar de man-van-smaak der vorige generatie geen pagina buiten kon, en die meestal evenveel om het lijf hadden als zijn Hollandsch.

96

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.