De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Zeer Geachte Heer Kloos!

De omvang van het in zijn tijdschrift op te nemen gedeelte van ‘Pijpe-lijntjes’ werd door den Heer Van Deyssel bij schrijven van 8. October 1906 aangegeven gelijk woordelijk volgt: ‘de passages, die het kleinburgerlijk nieuwe-buurt-leven afbeelden met weglating der zelf-ontledende, natuur-kundig-zielkundige fragmenten.’ Eene aanteekening van den Heer V.D. bij de copie luidt nu ietwat anders. Maar u zult mij toegeven, dat ik het recht zou hebben mij uitsluitend te houden aan hetgeen tusschen den Heer V.D. en mij is overeengekomen. Ik wil evenwel gaarne zoo inschikkelijk zijn als ik kan. De copie is groot 240 bldz. Ik zend u nu een drietal fragmenten samen 90 bldz. groot. De bladzijden zijn ook kleiner in deze cahiers. Ik hoop nu, dat u de zaak uwerzijds ook niet op de spits zult drijven. Ik heb weinig tijd. En het overschrijven van 90 bldz. heeft mij veel inspanning gevraagd. De logische volgorde der fragmenten is: Schoonouders. Zilveren bruiloft, Dood. Er komt niets in voor, dat de N.G. niet zou kunnen publiceeren uit een oogpunt van fatsoen. Wat de tijd van plaatsing betreft: Ik kan mij vereenigen met uw voorstel een gedeelte te plaatsen in November of December. Te uwer keuze.

Voor de twee andere fragmenten moet ik aandringen op eene plaatsing in de loop van het jaar 1911. Zoodat uiterlijk in de Decemberaflevering van het volgend jaar alles geplaatst is. Het is dan vijf en een halfjaar geleden sinds ik de copij aan den Heer V.D. zond. En eerst dan kan ik maatregelen gaan nemen voor eene uitgave in boekvorm. Hetzij geheel, hetzij van fragmenten. Ik geloof niet, dat ik onbillijk ben in mijn eischen. Wat de novelle en fragmenten betreft. Ik heb daarvoor den Heer Netscher geschreven, maar die heeft niet geantwoord. Dat is toch niet heel aardig. Het spijt mij: ik heb er geene copij van. Hoe dit zij: u hebt ze zelf aangenomen met veel lof. Maar ik wil gaarne mijne goede gezindheid toonen en van de plaatsing dier copij afzien (24 bldz.) mits u niet verder moeilijkheden maakt met de plaatsing van ‘Pijpelijntjes’. Ik krijg dus, als u die 24 bldz. afrekent, voor Pijpelijntjes 66 bldz. Dat is toch zeker een heel eind beneden mijn recht. Bovendien ben ik waarschijnlijk die 24 bldz. kwijt ook.

Wat nu het jarenlange wachten betreft: ik noemde u den Heer A. v.d. Leeuw. Maar ik kan u meerderen noemen. Leo en Gerda is later aan de Heer V.D. gezonden dan ‘Pijpelijntjes’. Ik zond mijne copij in de zomer van 1906. Toch is Leo en Gerda eerder geplaatst. Precies zoo is het met ’t Gedenkboek. Ik behoor tot de medewerkers, die u krachtens uw eigen waardeering hadt behooren te vragen. Maar laat ik daarover niet langer vallen.

79

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.