De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Ik hoop, dat u nu zonder verdere moeilijkheden de billijkheid van het bovenstaande zult inzien.

Gaarne ontvang ik daarvan eenig bericht.

Hoogachtend uw dw. w.g. Jacob Israël de Haan.

Achter dit alles rijst de herinnering op aan de opdracht voor de eerste druk van het eerste deel van Pijpelijntjes. Aletrino, mede-redacteur van De Nieuwe Gids, verzet zich tegen hernieuwde publikaties van het oude soort. Zijn briefwisseling met Kloos confronteert ons opnieuw met de andere Jacob Israël, van vroeger en later.

Chernez s. Montreux. Chalet George Maurice.

8 Nov. 1910.

Dank, goede vriend, voor je hartelijken brief, die ik zoo even ontving en waarop ik per ommegaande antwoord. Ik heb je al in mijn eersten brief geschreven, dat ik jou die geschiedenis niet kwalijk nam en herhaal het en voeg er bij, dat ik om zoo’n reden nooit vijandschap tegen je zal koesteren, wanneer ik ooit zulk een gevoel tegen of voor je zou kunnen krijgen. Wat je wilt doen vind ik heel goed en dank je er voor. Wat ik in mijn eersten brief schreef, namelijk dat je er iets over in de afl. zoudt zeggen, heb ik bij nader inzien - zooals ik gister aan je vrouw schreef - zelf een onzin gevonden. Doe dat dus niet. Maar overigens vind ik het in alle opzichten goed, zooals je wilt handelen en dank je er nogmaals voor. Het eenige, wat ik er bij wil voegen is dit. Wees hoogst voorzichtig met het heer en schrijf hem zoo kort en zakelijk mogelijk, omdat hij zoo een patser is, dat hij overal van weet gebruik te maken tot zijn eigen voordeel en tot nadeel van een ander. Ik ken hem door en door en heb nooit zulk een gedepraveerd en onbetrouwbaar individu ontmoet als dien vent. Dat foefje van hem ken ik, om op het medelijden van anderen te werken en het te doen voorkomen, of hij zoo ongelukkig is en door iedereen wordt benadeeld en overal wordt uitgezet. Hij heeft die streek indertijd gebruikt bij van Hamel, de Groningsche, en die heeft hem uit medelijden naar mij gezonden, of ik misschien iets voor hem kon doen. Ik weet nog van anderen, bij wien hij hetzelfde heeft uitgehaald. Hij beweert, dat hij uit ‘de partij’ is gezet, wat een leugen is, want hij is er uit eigen wil uitgetrokken toen hij er geen voordeel meer in zag om er in te blijven. En zoo weet ik meer van zulke streken en schofte-rijen van hem. Ik zal niet herhalen wat hij van mij heeft gezegd, zelfs nog voor de scène met Pijpelijntjes, waar ik pas later ben achter gekomen. Het

80

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.