De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



om je geef, en dat ik je vertrouw zooals je patiënten dokter F.v.E. betrouwen.

Wil je toch nog eene inleiding maken? Je hebt het voor Adriaan van Oort ook gedaan. Het is waar ‘Irmenlo’ was je sympathiek, en helaas, misschien is mijn werk je tegen?

Wil je de uitgave van dit boek bij den heer Versluys aanbevelen? Ik kan wel een uitgever krijgen, maar die staat mij niet aan, en verder ken ik van die lieden geen een. Wil je dat doen, ook al behaagt het boek je niet? Uitgegeven wordt het toch, maar dan op eene wijze, die mij leed doet. Je kunt V. duidelijk zeggen, hoe je tegenover dit mijn werk staat, en dat hij je met de uitgave genoegen doet, alleen om het boek van je vrind te redden uit mindere handen.

Te Rotterdam verscheen het dan in 1908!

Worstelen wij ons door de 318 pagina’s heen, dan zijn wij - in tegenstelling tot Van Eeden - geneigd eerder te denken aan Van Deyssels Het leven van Frank Rozelaar, waarvan in 1904 (Twintigste Eeuw, 9e en 10e jaargang) fragmenten waren verschenen. Een eigen stijl heeft het boek inderdaad niet; daarvoor is het te precieus en te gekunsteld. Maar in twee opzichten onderscheidt Pathologieën zich fundamenteel van Pijpelijntjes. Het staat ondanks alle mogelijke invloeden letterkundig op een hoger niveau en bovendien ademt het moreel een andere sfeer, omdat de hoofdpersoon zijn eigen daden als foutief aanvoelt, terwijl ook de vader - een jurist - meer dan eens blijk geeft de gevoelens van zijn zoon te verwerpen. Formeel verkondigde het boek aldus het tegenovergestelde van Pijpelijntjes, waardoor het veel minder stof deed opwaaien! Maar toch nog genoeg om hem het leven andermaal zuur te maken.

Niet ten onrechte herinnerde Pathologieën zijn tegenstanders aan de onverkwikkelijke rel van vroeger. In deze jaren doet De Haan immers verwoede pogingen om het vervolg van zijn eerste roman gepubliceerd te krijgen. Met een voor hem kenmerkende, hinderlijke hardnekkigheid nagelt hij Van Deyssel op werkelijke of vermeende beloften, die te maken hebben met plaatsing in Van Deyssels tijdschrift, de Twintigste Eeuw, van het tweede deel van Pijpelijntjes, dat reeds in 1906 als kopij zou zijn geaccepteerd. En alsof dat nog niet genoeg is, houdt hij zich met nóg ander homoseksueel geschrijf onledig, zoals blijkt uit De Haans correspondentie met Willem Kloos.

Als in januari 1909 Van Deyssels tijdschrift zich met De Nieuwe Gids tot één periodiek verenigt, staat Jacob Israël reeds met de Nieuwe Gidser in contact.

76

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.