Prof. Mr. G.A. van Hamel was wel bereid mij te helpen, maar men schijnt hem te hebben bepraat.
Het leven is al te moeielijk.Veel beste groeten van mij, en ik ben je altijd zeer genegen geweest.
Joop.
Vrienden hebben het beeld bewaard van de desperado, die in de winter van het jaar 1904 door Amsterdam zwierf en soms op late avonden aanbelde aan de woning van een of andere onderwijzer, met wie hij op de banken had gezeten van de Haarlemse Kweekschool. Er werd dan even ruggespraak gehouden tussen man en vrouw alvorens de deur na een vriendelijk woord voor Jacob de Haan werd gesloten. Soms liet men hem binnen om een stukje mee te eten.
Van Hamel had hem een baantje bezorgd bij de Rijks Verzekerings Bank. De geestdodende arbeid op kantoor kon hem, de eeuwig-onrustige, alleen maar onrustiger maken en tezelfder tijd opstandiger.
En toch komen in de liquidatie van de Pijpelijntjes-affaire symptomen naar voren van noodzakelijke zelfbezinning. Hiertoe werkte in eerste instantie mede het contact, dat de jonge onderwijzer sedert enige jaren mocht hebben met de enige vrouw, die een rol in zijn leven was toebedacht: Johanna van Maarseveen. Hij had haar leren kennen bij de medische controle, waaraan een aspirant-onderwijzer zich bij zijn sollicitatie diende te onderwerpen. Johanna, controlerend gemeente-arts te Amsterdam, had wat vreemd opgekeken toen deze jongeman tijdens het onderzoek grapjes maakte van een eigenaardige onbeschaamdheid. Geïnteresseerd in het medium ‘mens’ had zij een gesprek met hem aangeknoopt. Een relatie ontstond, die reeds vrij vroeg tot een verloving uitgroeide.
Johanna van Maarseveen was van nature de non-conformist, die de zoon van Izak de Haan ondanks al zijn krampachtige pogingen nooit zou worden. Een zuivere, rationalistische opvoeding (haar vader was een overtuigde Multatuliaan) had een gave ontplooiing van innerlijke waarden mogelijk gemaakt. Zonder enig vooroordeel trad zij de jonge man tegemoet. Wat zij heeft moeten verdragen in de jaren van verloving en huwelijk is onvoorstelbaar. Maar even onvoorstelbaar is de gratie waarmee zij het verdroeg. Er zijn anekdotes bewaard, waarvan de navrantheid ons onthutst. Maar Joops ziekelijke grofheden drongen niet door tot het wezen van ‘Dame Veen’.
Vreemd en vaag zijn de eerste mededelingen over zijn verhouding tot de negen jaar oudere vrouw. Aan Van Eeden schrijft hij in 1901:
71