De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



vni

De authentieke gegevens die wij over A.X. brachten, vertonen ons - dit als slotconclusie - het beeld van een extreme man, die - wij laten nu de problematiek rond de opdracht én de vrijwilligheid terzijde - de moord op Jacob Israël de Haan zag als “the First political assasination of our modern history’, sec.

In zijn brieven komt zijn dynamische persoonlijkheid duidelijk voor ons te staan: een man die (zulks in tegenstelling tot de dichter van Het Joodsche Lied) slechts één uiterste kent. Door zijn jeugdervaringen een koelbloedige; bereid en in staat de moeilijkste en hachelijkste opdrachten in alle evenwichtigheid te volvoeren. Een van zijn subversieve daden wordt door hem tot in details beschreven. Rustig afwachten of de primitieve bom ontploft, en zo niet - dan in alle kalmte naar de gevaarlijke plaats terug. Een man ook, die op den duur niet meer zonder verzet kon leven. Het vuur was hem bloed geworden!

Dat hij vroeger en later met de rechtse revisionist Jabotinsky vrij vertrouwelijke contacten onderhield, is begrijpelijk. Dat hij in de historie van het jonge Israël te boek staat als een van de inspiratoren van de Irgun Tswai Leoemi, de subversieve nationaal-militaire organisatie tijdens de tweede wereldoorlog, trekt zijn levenslijn door. De levenslijn van een man, die nota bene de leraar wordt geheten van de Poolse Jood (in 1942 omgekomen) Abraham Stern, wiens Stern-groep (‘strijders voor Israëls vrijheid’) het meest extreme verzet incorporeerde tegen de Engelse Mandataris. Historisch aldus gezien, staat de moord op Jacob Israël de Haan aan het begin van een bewogen stuk proto-Israëlische geschiedenis. Met welke conclusie ook de kortsluiting van onze dichter met zijn Jeruzalemse realiteit het zuiverst is gesteld.

Jacob Israël toog naar het land van zijn verleden. Zijn wrede dood was een der eerste symptomen van een genormaliseerd Joods heden...

Het is begrijpelijk, dat X. zelfs in zijn brieven niet graag ingaat op informatieve vragen over de moord. Op 22-5-1955 schrijft hij:

‘Volgens mij is de tijd nog niet aangebroken de bijzonderheden over het geval-De Haan te publiceren.’

Ten aanzien van de vraag wie de opdrachtgevers waren:

‘Volgens mijn mening zou het openbaar maken daarvan in strijd zijn met het nationaal belang en een orzaak tot het oprakelen van vergeten dingen en tot broedertwist.’

390

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.