en toenaam op hem inhakte, wordt bewezen door de pagina’s 116 v.v. van zijn Rechtskundige Significa, Amsterdam 1919. ‘Het ongeluk van de Nederland-sche wetenschappelijke rechtstaal is: de metaforen-bombast van de schrijvers. En maar al te gaarne wordt die nagedaan door de goede vrienden en de gedweeë leerlingen etc.’
Bijpag. 161
Over Een Nieuw Carthago schreef W. J. Simons in Amsterdams Tijdschrift voor letterkunde, juli 1954.
366