al lang in Palestina woont, zoals uit de brieven aan Van Eeden blijkt. Hij wijdt aan hem twee kwatrijnen.
Ook mijn erkentelijkheid ten opzichte van professor Mannoury kan ik tegenover de levende niet meer uiten. Mannoury - goed en trouw vriend van De Haan - stierf in 1957 (vgl. het In Memoriam door E. W. Beth, Euclides, juni 1957). Ook deze mathematicus wordt in de kwatrijnen niet vergeten.
Bij pag. 156
Dat De Haan ten behoeve van zijn professoraat toch nog contact heeft gezocht met vooraanstaande socialisten, blijkt uit een brief, toevallig in een Haarlems antiquariaat tevoorschijn gekomen uit een overdruk van Jacob Israëls opstel Strafrechtelijke Significa in De Beweging van december 1917 en gericht aan W. H. Vliegen (5-12-1917).
‘Hierbij zend ik U een overdrukje van het opstel, waarover ik U sprak, toen ik U in den zomer bezocht. Troost U maar over den afloop v/d hoog-leeraarsbenoeming. En wat Mr. Bonger betreft: als hij de crimineele sociologie werkelijk zoo een belangrijk vak vindt, laat hij er dan privaatdocent in worden.
Hoe gaat het den braven Huib? Hij zal er wel komen, maar hij heeft toch al een groot verdriet gehad.’
Bij pag. 156/157
Tot zijn wetenschappelijke projecten behoorde in die dagen het plan tot uitgave van een zuiver Nederlands woordenboek. Officiële gegevens daarover heb ik in Den Haag niet kunnen vinden. Hijzelf schrijft erover in het Handelsblad van 6 juli 1919 (Zondagochtendblad). Sprekende over Hebreeuwsche Significa luidt het:
‘Ik heb mij eenige jaren geleden tot de regeering gewend met een klacht over de woordenboeken. Ik heb toen een onderhoud gehad met den wel-willenden, ijverigen referendaris, mr. Duparc. Hij was bereid de uitgave van een goed woordenboek te steunen met een jaarlijksche bijdrage van ƒ 1500, gedurende vijfjaar, natuurlijk als de post werd goedgekeurd. De heer L. Simons wilde het Woordenboek uitgeven, zonder eenig voordeel. Een mooi plan, nietwaar? Ten slotte wilde ik toch de bewerking niet op mij nemen, omdat de wijsgeerige significa al mijn werkkracht eischte.’
Bij pag. 158
Dat de aanvallen op Taverne in een iets later stadium voortduren - ja, dat hij - zoals door meerderen werd verzekerd - ook in zijn colleges met naam
365