deed dan juffrouw Snoek? Nu weet mijnheer Snoek zelf niet goed of hij lachen of kwaad kijken wil en juffrouw Snoek zit te wenken dat hij nu ook niet alles van haar vertellen zal. Hoe grappig die groote menschen onder elkaar. Sst... doen of ze breit... keek vader daar niet? Mijnheer Snoek vertelt het nu toch. Nooit heeft juffrouw Snoek “nee” gezegd en nooit heeft ze later naar het geld gevraagd. En was er in de buurt een vrouw in den kraam of was er een ziek, dan nam ze de eieren en de gebakken bot uit den winkel en gaf ze weg. “Omdat ze het toch hadden.” Of het van hen was! Geen cent begrip van wat een zaak is. Ach... die arme juffrouw Snoek, wat houdt haar man haar voor den gek... maar nu zal hij ermee ophouden, en ze nemen nog een klein stukje boterkoek...
Hoe het met dat eethuisje afgeloopen is, dat kunnen vader en moeder, meent mijnheer Snoek, nu zelf wel begrijpen! Mijnheer Snoek was toen al bijna veertig jaar, Jozef en Sannetje waren er al, en ’s nachts lag hij wakker in bed en tobde en peinsde hoe dat alles toch moest gaan en hoe het af-loopen zou... voor den handel deugde hij niet en voor dat eethuisje deugde zijn vrouw nog minder... en in één van die nachten heeft mijnheer Snoek zijn besluit genomen, hij heeft zich van hier en van daar en van overal de boeken bij elkaar gescharreld en toen is hij stilletjes en heel alleen voor Rebbe gaan studeren. Hij heeft niemand iets verteld, want hij wilde niet uitgelachen worden.
Wat zit nu juffrouw Snoek rechtop en trotsch te kijken naar haar man... en het is toch alweer zoo lang geleden! Alle ochtenden om vier uur is mijnheer Snoek toen opgestaan en omdat Barend juist was geboren en hij thuis niet kon werken om het geschreeuw, want Barend had last van beeneters, en omdat het gelukkig voorjaar was, is mijnheer Snoek in een parkje dicht bij op een bank gaan zitten leeren...
Daar sprong de kluw uit het tobbetje en bijna op den grond, ze legt hem er heel voorzichtig weer in..., maar nu moet ze toch naar mijnheer Snoek kijken, terwijl hij vertelt... niemand trouwens let er op haar...
Na anderhalf jaar had mijnheer Snoek genoeg geleerd en toen moest hij examen doen. Examen doen... een groote man, met een zwarten baard. Met acht tegelijk op denzelfden dag, hij de oudste, de eenige getrouwde... en zes waren er van het seminarium, die hadden alles geleerd, en allen tijd gehad, vreemde talen, Latijn en letterlijk alles... Ze hadden afgesproken... kijk, nu lachen ze tegen elkaar, die groote menschen toch! - dat zijn vrouw van vier uur af op den uitkijk zou staan en dan zou hij zwaaien met een zak gemberbolusen als hij door zijn examen gekomen was.
347