De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Bijpa8.i5

Een vrij zuivere familiehistorie biedt de schets Hoe mijnheer Snoek examen deed in Carry van Bruggen: Het huisje aan de sloot, Amsterdam 1921, pag. 121. De Haan is tot Snoek getransformeerd:

‘De vader van mijnheer Snoek had een winkel van petten en kousen en broeken en dassen, maar aan die winkel vond hij heelemaal geen aardigheid. Veel liever had hij, dat de menschen van dat stadje of de boeren uit den omtrek bij hem kwamen om raad of om ze de wetten uit te leggen, want daarin was hij knapper dan de knapste advocaat uit de heele buurt. Zoo iemand, legt mijnheer Snoek ze uit, wordt een zaakwaarnemer genoemd, maar veel geld ermee verdienen deed zijn vader niet en omdat hij nooit wist wat de mode was van petten en dassen, kwam er eindelijk niemand meer bij hem koopen. Mijnheer Snoek was pas barmitswo geweest en dus net dertien jaar, toen zijn vader den winkel verkoopen moest -, het heeft in dien tijd maar een haar gescheeld of hij zou naar een groote stad naar een groote school zijn gestuurd, bij menschen in de kost en dat zou door rijke heeren worden betaald, en zoo iets heet een “beurs”, maar die andere jongen kon beter rekenen en die kreeg toen de beurs. Hè, dat is grappig, dat mijnheer Snoek in dien tijd ook niet zoo heel goed rekenen kon! Het lijkt wel of juffrouw Snoek er nog altijd bedroefd om is, want ze snuit ineens haar neus, maar mijnheer Snoek wenkt haar, dat ze niet huilen moet -, het is al zoo lang voorbij...

Toen is mijnheer Snoek met zijn vader en zijn broer “den boer op” gegaan, het pak met garen en band en knoopen en kopjesdoeken op den rug - ja, jongen, ik zie het ook wel, dat er boterkoekkruimels in zijn baard hangen, één rolt er zoometeen nog uit, hou dan toch op, zit nu toch stil, daar dadelijk jagen ze ons naar bed! - en dat heeft hij een paar jaar gedaan. Maar de rechte slag van handel zat er niet in, zei zijn vader, hij was driftig en te druk en lang niet beleefd genoeg, en wat hij toen al niet bij de hand heeft gehad, tot zijn trouwen toe, om aan den kost te komen, daar zou hij een regenachtigen sjabbosmiddag mee kunnen vol-vertellen! Maar juffrouw Snoek - toen heette ze natuurlijk anders, toen heette ze Schoontje Pakke-drager - die had van haar ouders een beetje geld geërfd en daarmee zijn ze toen naar de groote stad gegaan en daarvan zijn ze een eethuisje begonnen bij de markt, waar de Joodschen mannen om twaalf uur een kop koffie bij hun brood en als de zaken goed gingen, een hard ei of een stuk visch kwamen nemen. Maar hoe ging dat? Dan kwam er een arme man en die zou morgen wel betalen... of overmorgen... of de andere week... en dan wel kwam er een die honger had en heelemaal niet van betalen sprak... en wat

346

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.