De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



heeft geschonken, en de persoon, die deze hand vertegenwoordigt. Ik heb van verre het een en ander over mijnheer vernomen. De mare, die het Volk Gods over hem verbreidt, is niet goed.

Wat mijn hart mij ingeeft, heb ik hier geformuleerd. God moge naar het hart zien.

Ch. N. Bialik.

Dit was erger dan een dreigbrief! Deze snijdende zinsneden, geschreven in de Taal van onze Nationale Wedergeboorte; in een stijl, waarvan de schoonheid niet kan worden wedergegeven in het Hollands, dat niet wedergeboren is. Dit was een vonnis. Hij voelde tot in zijn fijne nerven, dat de heilige gemeenschap der Joodse dichters ontbonden was.

Vooral dat spel met de woorden van I Samuel 2 : 23 stak hem. Hij kende de tekst over de zonen van Eli maar al te goed: ‘Waarom doet gij al zulke dingen, dat ik deze uw boze stukken hoor van dit ganse volk.’ Eens had hij dichter willen zijn naast, ja boven Bialik, die als poëet had gewerkt in Odes-sa en vandaar had bezongen eenzelfde leed en eenzelfde verlangen als door zijn liederen waren gegaan. Amsterdam, Odessa ... was er dan niet één Joods Volk? Of bestond dit inderdaad, maar stond hij daar buiten?

Om vijf voor zes trok hij zijn zomerjasje, zijn ‘Abaije’ aan en verliet bedachtzaam als steeds zijn huisje. Nog even naar het postkantoortje voor een telegram en dan naar sjoel. De tijd nam hij bij het loket nauwkeurig op: zes uur-vijf minuten! Hij wandelde langzaam naar het hospitaal.

Toen hij aankwam was er al minjan. Men wachtte op de ‘Professor’ die als ‘owel’ voorging in het gebed. Na Alenoe zegde hij Kaddisj, als steeds expressief en zangerig. In dezelfde Asjkenazische uitspraak, diezijn'stemmen’ spraken. Het minjan ging uiteen. Hij bleef nog even. Om acht minuten over half acht verliet hij het gebouw, kuierde over de plaats tot het hek, dat hij opende en sloot. Toen hij enige stappen naar rechts had gedaan, zag hij zich plotseling - bij de hoek - tegenover een jonge man, die zonder één woord te zeggen een revolver op hem richtte en schoot. Drie maal. Personeel van het ziekenhuis, dat op het geluid van de schoten in allerijl was komen aanstormen, bracht de dodelijk getroffene naar binnen. Hij leefde nog enkele minuten, waarvan de laatste buiten bewustzijn. Of en wat hij voordien nog zou hebben gesproken, blijft omstreden.

Zijn ‘Abaije’, zijn klein Tallith - het oude ‘Arbekanfes’ - en zijn onderkleren bleken evenals zijn actetas volledig vernield en doorweekt van bloed. Twee kogels werden in het slachtoffer aangetroffen, waarvan één

334

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.