dum-dum. De derde had blijkbaar het lichaam doorboord ‘van de ene zijde naar de andere... ’ ‘Min hakatsé el hakatsé’.
Ongeveer tezelfdertijd werd op het redactiebureau van de Daily Express zijn laatste telegram ontcijferd: ‘Cablegrams from America state that the income of the Zionist funds dropped considerably last month, and that the budget of the Zionist organisation will not be collected.’
Eén ondeelbaar ogenblik zweeg de wereld ontzet. Toen maakte een wilde internationale perscampagne zich meester van het geval-De Haan. Van uiterst rechts tot uiterst links; in Palestina, in de Arabische Wereld, in het imperialistische Engeland, in de hele diaspora en ook in Nederland. Zij duurde slechts kort, want de werkelijkheid rondom deze dichter paste niet in één van de talloze, veelal religieus, politiek dan wel sexueel vertekende beelden, die men zich van hem zo gretig wilde vormen. Zo restte na luttele weken slechts een litteken in de huid der historie.
Maar van tijd tot tijd werden mensen getrokken naar de plek van deze moord in ‘the heart of Jerusalem’, en naar de man, wiens legendarische leven aldus organisch scheen afgesloten. Een singulier man, die - dichter, wijsgeer, jurist, politicus, journalist - tot ons uiteindelijk alleen blijft spreken als Rabbi Jangakouw Jisroeil, de zoon van Rabbi Jitzchok Haleivie de Haan, die eenmaal gazzen was in Smilde, Gorredijk en Zaandam.
335