De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Zo was hij inderdaad geweest: vroeger! Of was hij in wezen ook in dit opzicht zichzelf gebleven - ofwel: dezelfde!

Siegfried droomde terug. Sedert 1911 was hij advocaat geweest in Rotterdam. Gelukkige jaren, beleefd in een groot huis aan een kade, waar Jacob Israël wel op bezoek kwam. Hij herinnerde zich levendig de dag, dat de dichter weigerde te spreken met Siegfrieds literaire broeder Victor, omdat die met een niet-Joodse vrouw was getrouwd. Eigenaardige man. Hoe zou het nu met Hans gaan! Hij durfde niet te vragen. Even keek hij naar de mens tegenover hem, die daar straks voor het forum der wereld - te London - de ultra-orthodoxie van Reb Chaïm Sonnenfeld zou verdedigen...

Londen - de stad van Ernest Dowson. ‘Let be at last. Give over words and sighing...’ Engeland, het land van Oscar Wilde. En deze man ‘was Zionist geworden’! Onzin, hij was het nooit geweest. Wat was ‘Zionisme’ genoemd vóór 1900 toen de dichter ‘Bram’ van Collem voorzitter was geweest van de Bond, de eerste n.b.! En wat had het voorgesteld tussen 1900 en 1914 toen de waarde van het Joods-nationalisme totaal anders was aangevoeld dan nu. Die goede oude tijd van Jacobus Kann, Isidore Hen, Eduard Pool en A. B. Kleerekoper! Zeker, het Haagse Congres had Joodse studenten geworven voor een nationalisme, dat zij nodig hadden in de geestelijke worsteling met het Galoet. Maar was dat ooit boven een theoretisch gefundeerd utopisme uitgeklommen! Een Zionist was een Jood, die een andere Jood het geld gaf, nodig om weer een andere Jood naar Palestina te sturen.

Toen kwam de oorlog en werd Den Haag een Zionistisch centrum van internationale allure. Nehemia de Lieme (‘Neemie’) werd de motor van een voortreffelijke Bond met een strakke, politieke lijn. De jaarvergaderingen - in de Kerstdagen - waren evenementen geworden van meer dan gewone betekenis. Hij, Siegfried, was - tussen 1914 en 1918 - bondssecretaris geweest, een diplomatieke leerschool op het hoogste Joodse niveau. Weiz-mann had hem in 1919 gekozen tot lid van de Zionist Commission (Wa’ad Hatsirim) die toen naar Palestina ging. Hij was geruisloos gegaan. Hoe anders dan Jacob Israël, wiens mooie, maar al te luidruchtige afscheidsavond nog in zijn geheugen stond gegrift. Voor hem was al die tam-tam niet nodig geweest. Hij vergeleek zijn stralende opgang met de tragische levensloop van die eminente, arme gazzenszoon voor hem. Een gevoel van warme genegenheid drong zich naar voren.

Wat had hem in godesnaam bewogen naar hier te komen! Wat voor vergissingen waren hier begaan, vóór en na de talloze ontsporingen, waar hij zichzelf en anderen trouwens een leven lang op had getracteerd en nog zou tracteren! Aan zijn eerlijke bedoelingen, hoe verwrongen die ook la-

322

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.