Langs het Guispad tussen Koog en Westzaan Ben ik vaak der zomerdagen gegaan.
Ga ’t eenmaal als ik ging, en gij zult weten,
Dat ’k Holland te Jeruzalem niet kan vergeten.
Vader Izak de Haan was i mei 1924 gestorven.
In de ‘sjiwwe’ (treurweek) had hij van zijn oude Hollandse kring bijna niemand meer ontvangen. Kann was geweest, de Nederlandse consul-gene-raal, voorafgegaan - als iedere hoogwaardigheidsbekleder toen - door een Kawas met Turkse kledij, blauwe Fez, voorzien van zwaard en staf. Zo als Jacob Israël zelf had willen lopen. Hij had zijn ‘Kawas’ al uitgezocht; een foto van het knaapje werd ons nog in 1960 getoond!
Jacobus Henricus Kann was een burger-aristocraat, zoals men ze ontmoet in het proza van Huizinga; wiens geestelijke en maatschappelijke habitus tot in de hut van de sombere Jacob Israël contouren te voorschijn had geroepen van de grachten van Amsterdam. Ze hadden niet veel gesproken. Wat viel er nog te praten I
Praten deed hij een enkele keer met S. A. van Vriesland, die hem was trouw gebleven. Een nobele figuur, die als penningmeester van de wereldorganisatie de zedelijke moed opbracht zijn oude kameraad van tijd tot tijd op te zoeken. Meldde hij zich in de avond bij het houten huisje op de binnenplaats aan de Manillastraat, dan werd niet opengemaakt. ‘Wie is daar?’ - ‘Ik, Siegfried’ - ‘Ik geloof je niet, zeg nog eens wat’ - ‘Doe niet zo gek Joop en maak open...’
In de kleine vierkante ruimte, een prozaïsch kwatrijn van 4 kale, houten wanden, spraken dan de vrienden over de dagen van vroeger. Na heftige uitvallen kon Jacob Israël zich tegenover hem soms overgeven aan herinneringen. Langs de wanden, zo kon van Vriesland vaststellen, werden de boeken minder en minder. Hij verscheurde dagelijks en maakte zich gedurig zorgen over zijn talloze epistels. Aan Van Eeden had hij geschreven (9—7—1919) - en zulks bij herhaling:
Mijn allerbeste trouwe Vriend, twee brieven van je: 4 en 23 Juni. Wil je alle brieven, die je van mij hebt, verbranden? Later hebben de domooren en de nieuwsgierigen daar niets mee te maken.
Pijnlijk zulke momenten van hysterische destructie, waarop hij geschriften vernietigde, die hem dierbaar waren; vooral epistels uit de roemrijke ja-ren van De Beweging. Hoe ongrijpbaar snel was dit leven verpulverd! Hij was nu nog geen 43 jaren oud!
320