deden belanden in het kamp van de werkelijke vijanden van Israël. Op geraffineerde wijze werd een politiek spel gespeeld, dat intern en extern de zwakke kanten van de nationaal-Joodse situatie bloot legde.
De basis werd gelegd - zoals we al signaleerden - door zijn contacten met de ultra-orthodoxe anti-nationale ‘Agoedo’ (Agoedas Jisroêil). Reeds 5—9—1919 schrijft hij S. L. de Beer, een der leidende Mizrachisten te Amsterdam (thans in Israël woonachtig):
Pool (een ambtenaar in Palestina) is een lachende nul. Dat was hij in Amerika ook. Friedenwald heeft hier geen goed kunnen doen, maar althans kwaad tegenhouden. Op het ogenblik is Eder voorzitter. Geen orthodox man, maar die toch ook geen kwaad doet.
Naar mijn meening staat Mizrachie er slecht voor. Ik zeg U dat eerlijk. Wij hebben geen georganiseerde menschen en geen leiders. De linkschen, ofschoon veel geringer in aantal, hebben veel meer invloed. Ze hebben Dr. Thon. Ze hebben de inspecteur van Onderwijs Dr. Luria, die het orthodoxe onderwijs stelselmatig benadeelt. Klachten daarover zijn aanhangig gemaakt door Mizrachie. En er is een rapport naar Londen gestuurd. Maar Luria lacht de heele Zionistische Commissie uit. Linksch is ook Oettinger, een aardige man. Dit is Luria trouwens ook. Maar daar gaat het niet om. Met het geld van het J.N.F. steunt Oettinger socialistische arbeidersgroepen (trouwens Den Haag vindt dat goed). Het is heel moeilijk mathematisch te bewijzen, dat de Mizrachie wordt geknoeid, maar ik gevoel het. Wij hebben geen menschen. Rabbijn Teitelbaum is tenslotte gebleken een ijdel, zelfgenoegzaam mannetje te zijn. Nu is Rabbijn Fishmann weer hier gekomen uit Amerika. Maar ook hij is geen man, die bezielt. Ook weer een mannetje.
Meer dan iemand ben ik voor verzoening en samenwerking met de Agoe-das. Ik zal dezer dagen alles overleggen met Opperrabbijn Kuk. En zien, wat hij zegt. Als het Hoofdbestuur van Mizrachie mij inlichtingen vraagt, zal ik ze gaarne verstrekken. Liefst een preciese lijst. U moet niet vergeten, dat ik geen vertegenwoordiger van de Mizrachie ben. Als ik de Z.C. inlichtingen vraag, of mij ergens tegen verzet, dan wordt ik daaraan herinnerd. Lieve vriend, wij hebben hier geen menschen. Niet voor een gymnasium, niet voor een kweekschool. Niets, niets. De orthodoxe ouders weten zich met hun kinderen geen raad.
Daarom vrees ik, dat de Mizrachie het tegen de linkschen (en die zijn hier linksch!) zal afleggen, als er geen grote verandering komt.
Eenheid met de Agoedas in de scholen is al veel. Maar de algemeen Zionis-
270