De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Oostenrijk en Duitschland, is nu in het eind der 19e eeuw de beweging ontstaan tot een wederopleving van het Joodsch nationalisme, en het vestigen van een eigen Gemeenebest in het land van belofte. Een beweging, die zich echter volstrekt niet zou blijven bepalen tot de verdrukten en achteruit-gestelden, maar zich merkwaardigerwijs ook zeer sterk verspreid heeft onder de reeds veelszins geassimileerde en ontsynagoogde Westersche Joden. Geen opmerkelijker verschijning misschien dan de omkeer van den Nederlandschen dichter, advocaat en met een Christin gehuwden heer Jacob Israël de Haan tot enthousiast Zionist.

Wie dit wil begrijpen, moet er zich rekenschap van geven, dat op het jongere geslacht, dat nog opgegroeid was onder de Joodsche traditie en in het Joodsch-traditioneele familieleven, maar er zich later van had losgemaakt, de invloed van dit in de jeugd beleefde van tweeërlei aard kon zijn. Dat familieleven was bij uitstek Clantiish: het trok de banden tamelijk stijf, en kweekte een onmiskenbaren rashoogmoed - de gewone toevlucht van wie zich toch eigenlijk door hun omgeving, van wie zij afhangen, geringgeschat achten. En nu moest bij de éénen dat enge-kringetjesleven een zoo sterk verzet wekken, dat zij geen andere keus hadden dan zich met wortel en al los te rukken; bij anderen zou het een bezinksel van stille aanhankelijkheid kweeken, die maar gewekt behoefte te worden om onbewust clannisme te doen omslaan in bewust nationalisme.

Toen kwam zijn Alija. Weliswaar de resultante mede van het mislukte professoraat! Maar gegaan was hij en zijn afscheid was een stunt van allure geweest voor de Palestina-propaganda. Carel Scharten had hem eens belachelijk gemaakt in zijn beschouwingen over Het Joodsche Lied: ‘Hoe willen hem ernstig genomen hebben de aan zijne lippen hangende jongelingen, wien hij toewenschte dat hun Nederlandsche Zionistische Studenten-Or^amsatie het geen vijf jaar zou behoeven uit te houden... omdat inmiddels de Joden in Jeruzalem zouden zijn weergekeerd.’ Dat was gedicht in 1913; eind 1918 stond hij gepakt en gezakt. Hij nam het wel ernstig en zette messiaanse vizioenen om in een enkele reis naar Jeroesjalajim.

Kon hij het helpen, dat de ‘plus’ van de Joodse hoofdstad als dichterlijk motief op verre afstand tot ‘min’ was gedevalueerd in de buurt van de oude Tempelmuur? En als hij daarover schreef, en dat hij daarover schreef en hoe en waar en wanneer - stond dat niet in opperste instantie (om Herman van den Bergh te citeren) aan hem, de schepper van proza en kwatrijnen?

Nu gingen de Zionisten - als voor tien jaar zijn Joodsche Lied - ook dit proza vertalen in hun eigen politieke formules en - blijkbaar - paste het niet

268

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.