scheidene, voorzichtige toezegging, door de mogendheden aan ons volk gedaan, de geweldige wil van millioenen Joden de strikte tenuitvoerlegging onverbiddelijk eischt.
De diepere realiteit, die men ook in Damaskus diende te beseffen: Dat achter het kleine hoopje in Palestina het ongeduldige en vastberaden volk der millioenen staat; dat het kleine hoopje in weinig jaren meer scheppende arbeid heeft verricht dan de logge massa der majoriteit in eeuwen; dat wij het zijn, die het land tot bloei zullen brengen en dat ons recht op het land in hunne heilige boeken is opgeteekend. De diepere realiteit: dat Trum-peldor, met zijn hand de wond in zijn onderlijf bedekkend, onze pionieren bleef commandeeren toen zij, verlaten, op een verloren post, de Joodsche zaak tegen veelvoudige overmacht verdedigden.
Dit is de werkelijke ziel van onze Jisjoew; ondanks partijen, programma’s, internationale of wat dan ook.
Het eenige, wat ons neerdrukt in deze dagen, is het bewustzijn, dat wij, behalve ons kleine werk, niets voor ons volk kunnen doen en dat de tienduizenden, die, had de vredesconferentie niet zoo langzaam gewerkt, thans in ons land hadden kunnen zijn, in de havensteden van Zuid-Oost-Europa verlangend en nog steeds te vergeefs naar de schepen met de blauw-witte vlag uitzien.
En dat er misschien nog Joden op de wereld zijn, die de om hun monopolie van uitzuiging bezorgde - terecht bezorgde - effendis alle succes toewen-schen.
Bernstein kon niet anders. Die Rotterdamse koffiemakelaar bedreef nu eenmaal politiek en juist dit overdragen van Jacob Israëls Handelsblad-feuille-tons naar de Joods-staatkundige verhoudingen zou een fatale evolutie inleiden. Hij was dezelfde gebleven, maar tempora mutantur. Zeker! Ook in de jaren na 1910 waren zijn geestesprodukten overgeheveld naar een hem toen nog niet bekende, vreemde omgeving. Maar was dat niet het begin geworden van zijn roem als Dichter van het Joodse Lied? Er was een wonder geschied. Voor wie konden zijn spontane Liederen achteraf anders zijn bedoeld dan voor de Zionisten? Zijn Liederen, zijn meest positieve Joodse schepping, die toch ook alleen maar konden ontstaan uit de onmacht tot vergeten, uit her-inneren!
Wat schreef Albert Verwey ook weer:
De Haan is niet de verkondiger van een leer. Hij is de man die, aangeland in de wereld, terugverlangt naar zijn kinderlijke en naar het geloof van zijn
266