ning aan. En laat hij mij een briefkaart schrijven naar Jeruzalem (poste restante), dat hij het heeft gedaan.
‘Kleine gedichten’, die hij al spoedig met name noemt (16-2-1919):
Hierbij zend ik je een aantal kwatrijnen voor De Groene. Wil je ingesloten brief aan Van Holkema geven? Later krijg je een langen brief. Ik ben nu zes weken op reis en wel wat verreisd.
Jeruzalem, 3—4—’i9
Sinds Rome schrijf ik voortdurend die kwatrijnen. Ik heb er ook eenige aan Verwey gezonden, die ze heel goed vond. Ik zend je hierbij weer 4 bldz. Ik heb een maand geleden ook een aantal aan Hans gezonden. Deze kwatrijnen beelden wel alles, wat ik lijd, hoop en vrees. Beter dan ik het in brieven zeggen kan. Ik hoop, dat Bertus ze ook lezen wil. Eiken keer wil ik beginnen hem te schrijven. Maar ik geloof, dat de kwatrijnen de beste brieven zijn.
Kort daarna had hij - zoals we al weten - aan Van Eeden geschreven (22-4-1919) over de ‘plotselinge’ eerste inspiratie, in de trein tussen Le Havre en Parijs. Daarna waren ze blijven stromen.
Een enkele keer spreekt hij uitvoerig en openlijk over dit speciale dichterschap. Zo op 16 juni 1921 in zijn feuilleton de opstandige stad :
Van den Allenby-weg naar de zee gaan. Het land lijkt hier op Holland. Ook een zee in het Westen. Lage, vlakke duinen. En een strand. Van verre ligt de stad, de oude stad, op hare rotsen. De nieuwe buurt langs de zee. Achter de nieuwe Arabische buurt de Joodsche wijk van Tel-Aviv. Er is de zonnige zeewind. En het breken van de branding over het zand. Ik heb in vele maanden geen gedichten geschreven en geen gedichten gevoeld. Ik denk daar weinig over en ik treur er ook niet om. Misschien geef ik te veel aan het werk voor de courant. Misschien ook is mijn tijd voorbij. Iedere tijd gaat voorbij, en de eeuwigheid, waarvan de dichters spreken, bestaat niet. Ineens is er weer de onbeschrijfelijke gewaarwording. Ik heb naar de stad gekeken op de hoogten aan de zee en aan Napels gedacht. Als een van de snelle zeevogels vliegt ineenen dit kwatrijn op. En daarna is het lied weer als een vogel weg:
.. .Maar Jaffa ligt niet minder mooi dan Napels,
Kleiner en kleurig, onder zijne zon.
256