ii April 1919
In stilte en met de bescheidenheid die dezen medestander siert, is 1.1. Zaterdagavond Mr. S. A. van Vriesland naar Palestina vertrokken. Hij zal zich daar als lid van de Zionist-Commission met de organisatie van het Pales-tina-werk bezig houden.
Onze vroegere Bondssecretaris moge in de resultaten van zijn werk ruimschoots vergoeding vinden voor de moeilijkheden van de taak, die hem wacht.
Met Mr. van Vriesland gingen Dr. M. Dunkelblum en Lazare Bawly. De eerste heeft zich in den korten tijd dat hij in Nederland heeft vertoefd, voor de organisatie ten zeerste nuttig gemaakt; aan Bawly verliest de af-deeling Amsterdam een harer meest toegewijde bestuurders. Moge ook hun vertrek naar Palestina onze Beweging en hunzelven ten zegen zijn.
Van deze ontwikkeling uit gezien moet Jacob Israëls vertrek naar Palestina worden beschouwd als een reactie niet alleen op de academische teleurstelling, maar ook op de feitelijke afwijzing van zijn politieke Joodse vrienden. Hij zal zich hebben vergeleken met een man als Van Vriesland, die zonder verleden pijnloos een grote Zionistische toekomst binnenwandelde. Hij, de dichter van Het Joodsche Lied (én de schrijver van Pijpelijntjes) werd afgewezen in de Hoofdstad van Zijn land, nu voor de derde en beslissende keer.
Alles was voltooid, nog vóór het begonnen was. Een bladzijde uit zijn proefschrift speelde door zijn hoofd: ‘De beteekenisveranderingen van ieder woord behooren zorgvuldig te worden onderzocht, van verandering tot verandering. Alle gevallen van dubbelwaardigheid hebben zielkundig niet dezelfde beteekenis. Vooral bij de Hebreeuwsche werkwoorden zijn de gevallen talrijk en zielkundig verschillend. Eén werkwoord worde hier genoemd, omdat het overeenstemmende Hollandsche werkwoord eveneens dubbelwaardig is: K.L.H., dat “voltooien” beteekent en “vernietigen”. Voltooien: “de schrijver maakt zijn boek af”. En vernietigen: “de beoor-deelaar maakt het boek af”.’
Maar, hij was gegaan. Een poëet in de wolken, toegegeven. Iemand, die altijd dichtte van zonde, berouw en wroeging, maar dan toch een man, die zijn grote woorden op de harde keien van Jeruzalem waar had gemaakt, eerlijker en reëler dan nuchtere financiers en politici als Nehemia de Lieme. Die had, toen Jacob Israël al op de boot was, als voorzitter durven zeggen op de 19e jaarvergadering van de Zionistenbond:
240