werelden, die hij - geniale, dichterlijke persoonlijkheid - in één machtige synthese van het door wijsbegeerte gezuiverde woord had willen samensmeden. Maar Jacob Israël de Haan zou zichzelf niet zijn geweest als deze dubbele botsing niet nog één aparte dimensie had vertoond, die alles extra compliceerde.
Het mislukte professoraat was in laatste instantie determinerend geweest voor zijn alija. ‘Alle menschen maken promotie, behalve de dichters’ (18-4-ho aan Van Eeden). Zijn eerzucht, die dus niet bevredigd kon worden in het land van zijn herkomst, zocht in Palestina een Joods-romantische mythe van nationale roem, als uiterste consequentie van zijn Zionisme. Maar had de grote mentor der Nederlandse Zionisten, Nehemia de Lieme, hem ooit geaccepteerd? J. E. Vleeschhouwer schreef (1952): ‘Hij (De Lieme) waakte ervoor, dat een hyper-individualist als J. I. de Haan zich in de N.Z.B. kon exponeren. De Haan heeft nooit kunnen inzien, laat staan waarderen, dat De Lieme hem, de dodelijk kwetsbare, de grootste vriendendienst daarmee bewees.’
Eigenlijk waren het de Mizrachisten geweest, die de grote ‘bekeerling’ met veel reserve hadden aanvaard. Dat lag ook in de rede. Maar niemand minder dan Rabbijn De Vries was binnenskamers blijven hameren op uiterste waakzaamheid. De ‘biechtvader’ (die inderdaad zijn correspondentie op Jacob Israëls verzoek vernietigde) kende de dichter en bleef weten waaraan hij toe was. Hij had a priori ook afwijzend gestaan tegenover de afscheidsavond, die achteraf moet worden beschouwd als een politieke blunder -en die feitelijk Jacob Israëls betekenis had overtrokken. Een soort pleister op de wonde van het professoraat, de Amsterdamse Jodenheid ‘opge-sjmoesd’ door een klein aantal De Haan-vereerders, van wie Mr. Izak Prins de voornaamste was.
Hij was intussen ook al weer niet de enige, die ging. Hetzelfde jaar vermeldt het verslag der Nederlandse Zionisten Bond: Mejuffrouw Lena Hoofiën, Mej. Betsy Davids, Mej. Jo Goudsmit en Mr. S. A. van Vriesland (de broeder van Dr. Victor E. van Vriesland), welke laatste samen met Lazare Bawly en Dr. Dunkelblum naar Palestina vertrekt, om daar een leidende rol in de wereldorganisatie te spelen. Siegfried van Vriesland (geboren 1886 te Haarlem, gestorven in 1939 te Tel Aviv), een man van ongewone betekenis, moest toen reeds - in politiek opzicht - veruit als de meerdere van Jacob Israël worden beschouwd. En hij vertrok geluidloos, gelijk De Joodsche Wachter (11-4-1919) niet zonder opzet mededeelt:
239