Jeruzalem. 27 Juni :i9
Zeer Waarde Heer Verwey, uw brief van 26 April. Hij is lang onderweg geweest. Het is juist, omdat ik te veel betrekkingen: liefde, vriendschap, wetenschap en dichtkunst, in Holland achterliet, dat ik hier niet wennen kan. Bovendien is hier een zeer onheilige geest. U leest blijkbaar mijn brieven in de krant. Dan zult u wel zien, dat ik ook hier niet gelukkig ben. Het is wel jammer, dat ik uw vraag over Bialik niet zoo dadelijk beantwoorden kan. Hij is zeker een groot dichter. Ik zend u hierbij een aantal kwatrijnen voor de Beweging. Ik zal u ook signifische bijdragen zenden. Maar ik moet nog ten zeerste wennen. Groet u alle vrienden en bekenden zeer van mij en u wordt hartelijk gegroet (hoe ruischt de zee nu in Noordwijk!) van de uwe,
Jacob Israël de Haan.
‘Plaatsen, die U heilig zijn’ - ‘onheilige geest’...
Gleed de woordensymboliek van het verleden weer rakelings langs het vandaag van de Baal Tesjoewa, die nu eerst recht ver van huis blijkt. Ver van Jeruzalem, de heilige stad, wier stem hij niet meer hoort, niet des daags en niet door de nachten.
Aan Van Eeden schrijft hij:
Jeruzalem, 2o-4-’i9.
Beste Vriend, hierbij zend ik je weder een aantal kwatrijnen. De eerste uit Jeruzalem zond ik in eenen brief aan Hans 5 Maart en de laatste voor deze juist op je verjaardag 3 April. Ik weet niet, wat wel en wat niet aankomt. Ik voel mij heel erg verlaten. Was de post sneller (in vredestijd was het 6 a 8 dagen) dan zou ik het niet zoo voelen. Emotioneel gesproken is Jeruzalem nu veel verder van Holland dan vroeger. Ik kan niet bepaald zeggen, dat ik ziek ben. Maar ik voel mij niet prettig. Hoofdpijn, koorts en oogenpijn. Het leven hier is veel leeger en wreeder dan ik ooit had gedacht. Laten dus alle vrienden, ook de signifische genoegen nemen met eenen collectieven groet. Ik lijd meer dan zelfs de lieve booze Bertus mij zou toewenschen. Houd je goed! Veel liefs aan allen,
J-
Hij kan de catastrofe niet meer verhelen. De fout, dat hij was gegaan, staat levensgroot voor hem:
Jeruzalem, 22-4-’i9.
Beste Vriend, je brief van 11 Maart is eerst heden hier aangekomen. Soms krijg ik een brief al in 12 dagen. Het is geen prettige brief, dien je mij schrijft.
236