De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



men voor het wonder der levende verhoudingen, der correlatie Ich-Du sprekende teekenen waren, zoo komt in het stuk der Verlossing de liturgiek, woord en gebaar van den Eeredienst, ons voor den geest te staan als hoogste zinnebeeld èn van het gebed om de komende Wereld èn van dat Komen zélf.’

Het gebed mét de gemeente, met de kille, dat werd zijn ideaal in een volmaakt onbekend Jodendom. Want het was in feite geen terugkeer naar vroeger, het was - op de basis van vroeger - iets totaal nieuws, ‘terra incognita’, die hij - de signifische taalbeproever - wilde bebouwen. Cultuur en Cultus, begrippen, die ook naar het Hebreeuwse woord voor dienst (‘Awoda’) samenhangen. Bau des Ackers - naar Rosenzweig - Bau des Reichs...

Dat machtige werkwoord ‘bouwen’ (transitief en intransitief gebruikt) speelde door al zijn religieus-wijsgerige beschouwingen. Eliezer ben Je-hoeda ‘Gij die de Taal boekt en die de Taal bouwt.’ Het Hebreeuwse werkwoord ‘BNH’ trok hem aan en hij genoot telkens opnieuw van dat Rabbijnse citaat: ‘lees niet Uw zonen, maar Uw bouwers.’

‘Ik bouw de stad weer op, terwijl de wind waait... ’

‘Asdod bouwt zoo mooi en zoo klein.’ En wijsgerig:

De keuze van de spraakbeelden is voor de rechtspraak van overwegend belang. Wij deden beter niet te spreken van recht zoeken en recht vinden, maar van recht bouwen. Ieder bouwt in zijn geest een persoonlijk rechtsgebouw. De wetgevende rechtsprekende staatsmachten bouwen het maatschappelijk rechtsgebouw, dat bijna geheel past in een gebouw van maatschappelijke orde. Door het gebruik van deze spraakbeelden houden wij ons vrij van de wangedachte, dat het Recht ergens kant en klaar te zoeken en te vinden zou zijn. De bouwsteenen voor de rechtsvorming zijn oordeelen over de handelingen van de menschen. Daaruit bouwt de rechter, bezield door zijn Rechtsgevoel, het maatschappelijk gebouw van het Recht. Gelijk de Bouwmeester, bezield door zijn Schoonheidsgevoel, uit de steenen het Schoone Gebouw samenstelt.

Door het gebruiken van spraakbeelden aan het bouwen ontleend handhaaft de rechtskundige, ook in zijne taal, de verwantschap tusschen Recht en Wiskunde. Want door de wiskundigen wordt de Wiskunde beschouwd als een intuïtieve bouwdaad. De wetenschap der wiskunde is het beschouwen van die bouwdaad.

Geen bladzijde herlas hij zo vaak als de laatste pagina van het eerste deel van L. E. J. Brouwers dissertatie Over de Grondslagen der Wiskunde:

196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.