Uw proza-gedicht heb ik met belangstelling gelezen. Er is gevoel en schoonheid in. Wees vooral niet ongeduldig en haastig. Alles komt toch op zijn tijd.
Maar met dit alles zijn we wederom vooruitgelopen op de iets vroegere periode.
Omstreeks 1915 ontlaadt zich een jarenlange crisis in zijn gehele gevoelssfeer tot een totale wending in Jacob Israëls leven. Wat zich omstreeks 1910 in poëzie had gemanifesteerd en daarna in de sector van weten en denken tot bewust worden was uitgegroeid, dat leidde nu - via het doordringen tot de bronnen van het Jodendom - tot een algehele terugkeer naar het Joodse dadencomplex, de mitswoth. De Baal Tesjoewa van het fin de siècle was op eenmaal een ‘Baltesjoewe’ geworden.
Zo althans scheen het de verbaasde buitenwereld. Wij, die van 1910 af de gedragingen van de dichter hebben gevolgd, zijn niet verbaasd. Ook al realiseren wij ons de duistere contouren van deze lange, subtiele weg.
Twee oorzaken zouden naar de mening van zijn weduwe (ons omstreeks 1940 medegedeeld) uiteindelijk de doorslag hebben gegeven: een psychische én een fysieke. Voor beide aspecten spreken de stukken. Allereerst trof hem de dood van zijn moeder, die hem ook in 1904 en 1908 niet had verlaten. Tot een Zaanse, die haar, de rebbezeente, durfde spreken over de geruchtmakende boeken van haar Jacob zeide Betje kortaf: ‘Over honderd jaar is dat alles heel normaal...’
8-10-1912: ‘Mijne lieve moeder is na een lijden van vier jaar in vrede ontslapen. Morgen begraven wij haar. Daardoor schreef ik niet eerder.’
Hij spreekt het Kaddisj-gebed uit voor de overledene! Het wonder van de Hebreeuwse gebedskracht gaat voor hem open in de Zaanse sjoel, waar hij zo vaak had gespot en gevloekt. Het gebed vooral van de Gemeente! Om zijn generatiegenoot Franz Rosenzweig te citeren én het commentaar van Miskotte:
‘Das Gebet der Gemeinde, nicht zum eignen Schicksal, sondern unmittel-bar zum Ewigen, der das Werk nicht meiner und deiner und seiner, sondern “unserer” Hande fördern moge, auf dasz Er, nicht auf dasz “ichs vollende”, - dies Gebet, das über alles Einzelne hinweg auf das Allgemeinsame und nur auf es schaut, reiszt das Ewige mit starkem Griff herein in den Augenblick...’
‘Zooals de mathematische grondvormen zinnebeelden bleken, stomme sleutels van het geheim der schepping, zooals de grammatische denkvor-
195