De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



In onze dagen in onze landen beleven wij duidelijke versterking van het joodsche nationaliteitsgevoel, waartegenover staat eene verslapping van de gehechtheid aan oude wetten: Sabbath- en spijswetten.

Het is b.v. opvallend hoezeer het aantal Joodsche straathandelaars te Amsterdam toeneemt, die op Zaterdag venten. Men brengt dit in verband met het onlangs in werking getreden verbod van luidkeels venten op Zondag, ’t Is moeilijk uit te maken. Maar zooveel is zeker, dat vele Joden, vroeger, liever èn des Zondags èn des Zaterdags niets zouden hebben verdiend dan aldus hunnen Zaterdag te ontheiligen.

Opmerkelijk is ook dit, dat Joodsche diamantbewerkers gaan werken op Christelijke fabrieken. Zij hebben dan den Zondag, wanneer de stad voor hen gezellig is, vrij.

Het aantal Joden neemt dus toe, dat geen bezwaar meer maakt tegen arbeid op Zaterdag en hunne feestdagen, noch tegen opleiding van hunne kinderen in internaten, waar uiteraard geene Joodsche spijswetten worden geacht. Daardoor wordt hunne beroepskeuze veel ruimer. Het aantal kooplieden onder hen zal dus afnemen. Daardoor zal zoowel de positieve als de negatieve zijde van hunne criminaliteit veranderen.

Over dit alles zegt de statistiek met hare zeer beperkte vermogens ons niets. Zij becijfert den buitenkant.

En de binnenkant? Schamper neerkijkend op de afgrijselijke stemmingen van de lange Sjabbesmiddagen in de Zaanse zomers, had hij zijn Sabbath-lied gezongen en in De Beweging gepubliceerd:

Heilige dag, die na zorgvolle week Als een vriend komt in onze woningen...

Onrust begon zich in de Jacob Israël van na 1910 te manifesteren, ‘Unbe-hagen’ om een Joods wezen, dat uit vreemde diepten was opgeweld. Hij wilde de afstand tussen zijn dichtader en zijn groeiend Joodse bewustzijn inhalen. Zou er in dat Jodendom niet de wijsheid te vinden zijn, die hij had gezocht bij Thomas van Aquino? Hillesum had hem het boek geleend van Jakob Guttmann, Die Sclwlastik des 13. Jahrhunderts in ihren Beziehungen zum Juden-tum und zur jüdischen Literatur, dat in 1902 was verschenen. Dezelfde Joodse godsdienstfilosoof, die in 1891 had gepubliceerd over Das Verhaltnis des Thomas von Aquino zum Judentum und zur jüdischen Literatur. Hadden Maimonides en Gabirol, in het Latijn vertaald, geen sterke invloed op de scholastiek uitgeoefend en was met name Maimonides’ More Newuchim niet zeer intensief gebruikt door Albertus Magnus en Sanctus Thomas? Hij ging het He-

190

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.