De zoon van een gazzen

Titel
De zoon van een gazzen

Jaar
1967

Pagina's
414



Joden soms minder goed gezind is. Bovendien zijn in de grote steden onder hen vele kleine straathandelaren, die voortdurend kleine conflicten met de politie hebben.

Uitvoerige beschouwingen over de beroepskeuze als factor voor de criminaliteit besluiten het artikel, waarin voor het eerst na zijn pathologisch jeugdproza een andere Jacob Israël voor ons staat, die zich trots noemt: ‘Doctorandus in de Rechtswetenschap te Amsterdam’ en die daarnaast sprekende over crimineel-aetiologische methoden niet aarzelt neer te schrijven:

Ik, een Dichter, zou wel willen wijzen op de letterkundige kunst, die ik voor de crimineele aetiologie van groot belang vind. Niet die half populaire geschriften over kunstenaars als van Moebius en Dr. Toulouse, of zulke als: ‘de Misdadigers bij Shakespeare’ maar de werken van bepaalde kunstenaars, die eenvoudig als kunstwerk geschreven zijn. (De statistiek geeft) zoo weinig en zoo bitter weinig van het innerlijke, dat alleen beschreven niet becijferd kan worden. En het zijn juist de letterkundige kunstenaars, die het innerlijke met liefde en zorg beschrijven. Ik zou van kunstenaars willen zeggen, wat Mr. Muller van moeders zegt: ‘Zij zijn dikwijls onschatbare bronnen van gegevens. Ze praten veel en graag (en mooi d.H.), en vertellen bij toeval en zonder het te beseffen de dingen, die ik weten moet.’ Uitteraard kunnen wij hier geene eenigszins uitvoerige lijst geven van litteraire werken, die ons uit crimineel-aetiologisch oogpunt belangrijk toeschijnen. Wij noemen er slechts twee van twee zeer belangrijke kunstenaars. En wel van Frederik van Eeden: ‘Van de koele meren des Doods’, en ‘De nachtbruid’, en van den verfijnden Belgischen schrijver Georges Eek-houd: ‘1’Autre vue’ en ‘Le cycle patibulaire’. Mijne bedoeling is hiermede wel duidelijk gemaakt.

En wat speciaal ons onderwerp aangaat, de criminaliteit der Joden, wij meenen, dat b.v. Mr. De Roos, die daarvan gaarne eene eenigszins uitgebreide studie maakt, voordeelig zou doen als hij de geschriften van Jood-sche kunstenaars over de innerlijke diepte van het Joodsche leven las. Hij zou dan waarschijnlijk tot andere conclusies kunnen komen. Wij noemen in dit verband: ‘Bikoerim’ door M. H. van Campen, ‘In de schaduw’, eene zeer fraaie bundel novellen door Carry van Bruggen, en het zeer bijzondere en zeer leerzame ‘Zoekenden’ door Samuel Goudsmit.

De droge juristen moeten wel hebben bemerkt, dat een ‘rara avis’ hun ko-

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.