over de G’zera Sawa op de bibliotheekHn dit W«erk» vindt u daar iets over opbldz. 4.
Nog op weg naar Palestina schrijft hij hem:
Cairo, 26-2-1919.
Zeer waarde Heer Hillesum, ik ben nog in Cairo. Maar vanavond ga ik naar Jeruzalem. Ik heb hier de redactie gesproken van de Joodsche Editie van ‘Palestine News’ die hier verschijnt. Ik heb hem gevraagd voor de Rosen-thal bibliotheek een compleet exemplaar te zenden. Mocht u dat b.v. een maand na ontvangst van deze brief niet hebben ontvangen, schrijft u dan eens met vermelding van mijnen naam aan M. Baroech Bina, Assistant Editor Palestine News, Hebrew Edition. Midan Soliman Pasha No 6. Cairo. Ik zal u ook verbindingen bezorgen met boekhandelaars te Jeruzalem. En als u iets noodig hebt, dan schrijft u maar. Adres Jeruzalem. Veel groeten aan vrienden en bekenden, zeer de uwe,
d.H.
Maar tussen 1910 en 1919 liggen lange jaren van worsteling en zijn beschouwingen tegen Mr. De Roos illustreren het ongewild. Hij, de zoon van een arme gazzen uit de mediene, de gefrustreerde onderwijzer, staat nog geheel op een apologetisch standpunt en verdedigt het Jodendom tegen de verduisteringen van valse statistische methoden. Hoevelen verging het niet als Dr. Cijfer in De Kleine Johannesï ‘Hij begon met planten en dieren, met al wat om hem was, en als hij er lang op gestaard had, werden het cijfers. Alles viel uiteen tot cijfers, bladen vol cijfers. Dat vond doctor Cijfer heerlijk, en hij zeide, dat het hem licht werd, als de cijfers kwamen, doch voor Jo-hannes was dat duisternis.
En inderdaad verduistert de statistiek dikwijls meer dan dat zij verlicht. Ik zou mijne voornaamste bezwaren aldus willen samenvatten.
Statistieken worden dikwijls, zonder bepaalde cijfervervalsching, tendentieus ingericht.
Meerdere statistieken spreken elkander soms vierkant tegen.
Uit dezelfde statistiek kunnen dikwijls zonder moeite of geweld de meest tegenstrijdige conclusies worden getrokken.
Er zijn statistieken, waaruit men met den besten wil en de meeste moeite geene enkele gevolgtrekking maken kan.’
Voor zijn Joods-dialectische denkmethode is uiterst merkwaardig de geestige analyse over de vermeende onzedelijkheid der Joden:
181